cancel

Werk je beter op een gedeeld kantoor?

door Rens Lieman

fotografie Persbeeld

gepubliceerd in NRC, december 2015


Wework en Spaces zijn de glimmende voorbeelden van moderne flexwerkkantoren. Waarom voelt ‘de nieuwe werker’ zich er zo thuis? En wat heeft hij nodig? ↓


Er kwam een grotere koelkast omdat in Nederland de lunch vaker naar de zaak wordt meegebracht. En de fietsenstalling moest groter. Verder is de formule van Wework, zoals die ook in het New Yorkse moederfiliaal goed zichtbaar is, een op een gekopieerd naar de Weteringschans in Amsterdam. In mei van dit jaar werden aldaar de deuren geopend, vlakbij die andere flexwerkplek, van Nederlandse makelij: Spaces.

Een Wework-filiaal is altijd herkenbaar als zodanig: een receptioniste bij binnenkomst, 'community manager' op de afdeling, lange ramen voor voldoende daglicht en een bar waar leden zelf (gratis) koffie uit een filterkoffiezetapparaat kunnen tappen.

Er is een variëteit aan werkplekken. Je kunt een eigen kantoortje huren, of als zelfstandige je laptop openklappen op een Scandinavisch uitziend bureau, of - welja - hangend op de leren Chesterfield. Natuurlijk is er ook een tafelvoetbal- en pingpongtafel - welk flexwerkkantoor ontbreekt het daar tegenwoordig aan?

Spaces op de Amsterdamse Vijzelgracht

Wework is een Amerikaanse formule die bedacht is door Adam Neumann en Miguel McKelvey, die ooit samen in hetzelfde kantoorgebouw in Brooklyn werkten. Bij de bar middenin dat gebouw raakten ze aan de praat en kregen ze het idee voor GreenDesk, dat later Wework werd. In Nederland werd wat later, in 2008, Spaces opgericht door Robin Chadha, Martijn Roordink en Frederique Keuning.

Spaces noch Wework hebben het idee van een gedeelde kantoorruimte uitgevonden. Met name in Berlijn en San Francisco was reeds sinds de late jaren negentig een beweging ontstaan waar freelancers en zelfstandigen steeds meer het thuiskantoor of de koffiezaak-met-wifi verruilden voor een gedeeld kantoor. ‘Meestal waren dat bedrijfjes uit de tech-hoek,’ zegt McKelvy. ‘Programmeurs met dikke hoofdtelefoons op. Geen onderlinge gesprekken. Nauwelijks daglicht. De afwas en de schoonmaak niet georganiseerd.’

Spaces’ Lindsay Pronk-van Alphen: ‘Saaie kantoortjes waar je een een bureautje huurt en je je laptop openklapt waren er ook in Nederland genoeg. Bovendien kan dat ook in elke Coffee Company. Spaces wil een inspirerende werkomgeving bieden, waar je andere mensen ontmoet.’

Door het georganiseerder en gelikter aan te pakken, werden Wework en Spaces de poster boys van het nieuwe flexwerken. Wework breidde vanuit New York uit naar Amsterdam, Londen, San Francisco en Los Angeles. Spaces vanuit Amsterdam naar New York, Londen, Den Haag, Rotterdam en Melbourne. 

Beide bedrijven gaat het voor de wind. Wework, door Amerikaanse investeerders gefinancierd, wordt op 9,4 miljard euro gewaardeerd en heeft 63 vestigingen. Spaces, overgenomen door Luxemburgse flexwerkspeler Regus, heeft negen vestigingen en wil binnen drie jaar in vijftig wereldsteden vertegenwoordigd zijn. (Update april 2020: het vergaat Wework inmiddels een stuk slechter.)

Bij elk nieuw aangekocht pand (‘liefst een hoekpand, zodat uitzicht voor elk kantoortje verzekerd is - heel belangrijk’) is Weworks’ McKelvey de eerste die naar de tekeningen kijkt. ‘Mensen werken heel hard, ze werken nog beter als de ruimte hen daarin ondersteund.’ Als afgestudeerd architect kent McKelvey het effect van daglicht, planten en multifunctionele ruimtes op de psyche van de flexwerker.

Professor Jan Dul ook, verbonden aan de Rotterdam School of Management. Volgens Dul wordt de homo sapiens: de wetende mens, steeds meer een homo creativus: de creative, creërende mens. Hij doet onderzoek naar wat die mens nodig heeft om goed zijn werk te doen. 

Spaces op de Amsterdamse Vijzelgracht

‘Uit ons onderzoek blijkt dat de helft van iemand zijn creativiteit uit de mens zelf komt. De andere helft wordt bepaald door zijn omgeving: de sociaal-organisatorische omgeving en de fysieke omgeving. Uit ander onderzoek kwam al naar voren dat planten, natuurlijke materialen en uitzicht op natuur, creativiteit bevordert. Natuur is een herstelmoment voor onze hersenen: het roept rust op, reflectie.’

Goede kans dat je ‘thuiskantoor’ (je slaapkamer?) daar niet optimaal voor is ingericht. Bovendien, zegt McKelvey, word je thuis continue afgeleid. ‘Door je partner, het geluid van je koelkast, je hond of door een klusje dat je ziet dat moet gebeuren.’

Moderne flexwerkkantoren spelen ook in op een andere hindernis die thuiswerken opwerpt: het gebrek aan andere mensen en andere omgevingen. McKelvey: ‘Je kunt bij ons het rumoer van de gemeenschappelijke ruimte opzoeken. Onze akoestiek is zo ontworpen dat je in die ruimte altijd wat geroezemoes zult horen. Maar je kunt ook in stilte werken of zelfs even slapen in een van de stilte-ruimtes.’

Dul legt uit waarom dat zo belangrijk is: ‘Elk creatief proces bestaat uit verschillende fases die om verschillende omgevingen vragen. Het divergeren draait om het verzamelen van zoveel mogelijk ideeën, daar kunnen andere mensen je goed bij helpen. Bij het convergeren, het selecteren van het beste idee, zou je je juist terug moeten trekken, om rustig na te denken over welk idee de juiste is. En er zijn momenten waarop je intervisie zoekt, dan wil je sparren met je collega’s of vakgenoten.’

Van Dul hoef je daar overigens niet voor naar een flexwerkkantoor. ‘Je kunt ook een strandwandeling maken voor het betere nadenkwerk, of naar een borrel gaan. Als je die variëteit maar opzoekt. Ik ben er alleen niet van overtuigd dat een mens altijd goed aanvoelt wanneer hij behoefte aan die verandering heeft. Meestal geeft ons lichaam ons pas de signalen daarvoor als we al acht uur lang over een laptop in een donkere kamer gebogen zitten.’


Waarmee flexwerkkantoren zich vooral afficheren, is de netwerkfunctie. Met regelmaat organiseren Wework en Spaces iets voor hun leden, die samen dan graag een 'community' worden genoemd. Zo worden er ontmoetingen (pardon: meet-ups) met investeerders gepland, zijn er workshops, 'breakfast-meetings' (Spaces) en 'mimosa-and-bagel-afternoons' (Wework).

In potentie kunnen freelancers en andere zelfstandigen op dat soort bijeenkomsten nuttige contacten opdoen of deals maken. De pingpongdeal, het mimosa-akkoord.

Uit ons onderzoek blijkt dat de helft van iemand zijn creativiteit wordt bepaald door zijn omgeving

Op die manier kwam de startup OkMyOutfit, dat kantoorruimte bij Wework huurt, onder de vleugels van een Belgische investeerder, en vonden een ingenieur en een marketingadviseur elkaar bij Spaces, waarna ze samen iets nieuws oprichtten. De heren van Dipjar stelde belangeloos hun kennis over mobiele betalingen ter beschikking aan een Wework-’collega’.

De laatste jaren worden ook veel flexwerkkantoren op kleine schaal opgericht. Het Amsterdamse Bureau Wibaut en het New Yorkse Studyhall zijn voorbeelden van een kleine groep freelance journalisten die denken als collectief sterker in de markt te staan en samen een studiootje besloten te huren. Bij Femous in Utrecht verenigen een stel filmers zich. Het is misschien met wat minder hipheid omlijst, maar ook zij delen onderling contacten en klussen, en organiseren lezingen en netwerkborrels.


McKelvey weet dat het Wework-model ‘niet voor iedereen geschikt’ is. ‘Sommigen zitten beter op hun plek in een cubical bij PricewaterhouseCoopers. Maar zij die voor het contact met anderen uit de community open staan, zullen er de vruchten van plukken. En iedereen werkt hard hier, daar kun je je door laten motiveren. “Hé, hij heeft al een investeerder voor zijn idee gevonden, waarom ik nog niet?” Of iets simpels als dat je iemand altijd ’s avonds laat pas naar huis ziet gaan, terwijl hij al vroeger dan jij op kantoor was.’

Hé, nu klinkt dat hippe flexwerken bijna weer als het leven op een ordinair kantoor. En wie zijn ogen en oren open houdt op een willekeurige maandag in een New Yorks filiaal van Wework, merkt inderdaad op dat er gewoon wordt ge-hoe-was-je-weekend. Er wordt ook gewoon geflirt met de receptioniste. En verderop, bij de eikenhouten leestafel, op de zachte loungebank: ’Hey man, what’s up?’ - ‘Oh, you know. Just another fucking day.’ Ook voor de flexwerker is het gewoon maandag. 

Rens Lieman schrijft als freelance journalist voor Nederlandse kranten en tijdschriften zoals NRC, Esquire, Vrij Nederland en Het Parool. Inhoudelijke specialisatie: Uber en de platformeconomie, de invloed van algoritmes en technologie op de werkvloer.

rens@renslieman.nl / @renslieman

Vond je dit een goed artikel? Je hebt het gratis kunnen lezen, maar als je wilt, kun je er heel gemakkelijk iets voor betalen. Zo steun je mijn werk als freelance journalist en kan ik vaker artikelen op deze plek gratis aanbieden 👊.