cancel

'We willen Amerika leren dat fietsen naar je werk cool is'

door Rens Lieman

fotografie René Clement

gepubliceerd in NRC, juni 2016


De Nederlandse fietsenbouwers van Vanmoof willen hun fietsen nu ook aan Amerikanen slijten. NRC in gesprek met oprichter Taco Carlier (38) in New York. Op de fiets, natuurlijk. ↓


Eerst koffie. Op een bankje voor het Ostcafé in de East Village op Manhattan. Carlier komt aangefietst op de Electrified S, de derde generatie elektrische fietsen van Vanmoof. De batterij voor de motor is in het frame weggewerkt. Je kunt ‘m met je telefoon van het slot halen en met behulp van het GSM-netwerk terugvinden als-ie gestolen wordt. Sensoren meten hoe hard je trapt en dus hoeveel motorische steun je nodig hebt. ‘En dit knopje hier, links op het stuur, geeft op verzoek een extra boost,’ zegt Carlier. ‘Voor een stoplichtenrace, ja. Of om iets vlugger een heuvel op te komen.’

We stappen op. We zullen via de Brooklyn Bridge naar de Vanmoof-winkel in Brooklyn fietsen, die een jaar geleden werd geopend. Nu eerst het fietspad op 2nd Avenue op. ‘Op je eigen fiets in de zon door New York, mooier wordt het leven toch niet? New York heeft van die prachtige uitzichten waarbij je de hele avenue door kunt kijken.’ 

In New York ontstond het idee voor Vanmoof. Carlier, industrieel ontwerper, had al samen met zijn broer Ties een bedrijf dat (festival-) polsbandjes en consumptiemunten maakte, en een bedrijf dat handelde in HR-software. Daarnaast importeerde Carlier vouwfietsen uit Taiwan. Maar op die fietsrit in New York dwaalden zijn gedachten af. ‘Dat ritje voelde zó goed. Op de fiets beleef je een vreemde stad pas echt, als een local. Toen bedacht ik samen met mijn broer dat wij de perfecte stadsfiets zouden gaan maken. Vooral ook bedoeld voor het woon-werkverkeer. Iedereen zou op zijn fiets naar zijn werk moeten rijden. Het zou zoveel problemen oplossen: schonere lucht, gezondere mens, snellere doorstroom…’

Rechtsaf East 1st Street op, slalommend door het verkeer. Links op Bowery, de wijk Nolita in. We fietsen door smalle straten met bomen aan weerszijden en passeren hippe cafétjes.

‘We begonnen in 2009 in Nederland onze fietsen te verkopen. Een half jaar later kregen we belletjes van importeurs uit onder meer de Verenigde Staten. Ze hadden over ons gelezen op fietssites of designblogs. Of ze onze fietsen mochten importeren. “Ja hoor, doe maar”, antwoordden wij, en dan stuurden we een container fietsen.’

Vanmoof groeide ‘te hard’, zegt Carlier. ‘We verkochten over heel de wereld, terwijl we met acht man op kantoor in Nederland zaten. Na drie jaar begon het te kraken aan alle kanten: kwalitatief, financieel en logistiek.’ Kwalitatief kraakte het omdat de fietsen last hadden van ‘kinderziektes’ (de lampjes schenen niet fel genoeg, het leer op de zadels sleet te hard). Voordat dat was opgelost, was het fietshoogseizoen al bijna ten einde. Dat leidde tot grote voorraden, en dus tot nog hogere kosten. 

Carlier: ‘Daarna zijn we iets in de remmen gegaan. We namen geen nieuwe distributeurs meer aan, deden geen marketing meer. We zijn ons meer op productontwikkeling gaan concentreren: op betere fietsen maken. Mijn broer is naar Taiwan verhuisd om dichter op de productie te zitten. In Taiwan worden veel fietsen geproduceerd en hebben veel mensen verstand van exporteren. Vroeger kochten we veel onderdelen in zijn geheel in en bouwden we alleen het frame. Tegenwoordig ontwikkelen we bijna alles zelf, samen met partners. [Philips voor de lampjes, Vodafone voor de GSM-technologie en het Taiwanese Darfon voor de printplaten en andere elektronica, red]. We elimineerden de tussenhandel en verkochten alleen nog maar in onze eigen winkels en online. Veel fietswinkelhouders zijn conservatief. Nu bouwen we gewoon de fietsen waarvan wíj denken dat ze goed zijn. Sinds vorig jaar is de kwaliteit en de logistieke keten weer op orde. Nu durven we weer te innoveren. En proberen we Amerika te veroveren.’

De verslaggever probeert het boost-knopje uit. Carlier wordt afgesneden door een Audi. We zien elkaar weer bij het stoplicht op Broome Street. ‘Ja, die zag ik wel aankomen. Automobilisten hier kunnen nog wel eens agressief worden van fietsers. Of ze zijn ze gewoon nog niet gewend. Maar lekker hè, die extra steun van de motor?’


Fietsen in New York wordt met het jaar veiliger. De stad New York berekent jaarlijks het zogenaamde fietsrisicocijfer. Dat is tussen 2000 en 2014 met 72% gezakt. Volgens cijfers van de politie waren er in 2014 4.484 ongelukken met fietsers, waarvan er 21 overleden. Dat zijn meer fietsongelukken dan in 2013, maar het aantal fietsers nam ook toe. In 2014 pakten bijna 1,6 miljoen New Yorkers (een kwart van de volwassen bevolking) tenminste eens per jaar de fiets. Daarvan fietste de helft meerdere keren per maand. 86.000 New Yorkers fietsten van en naar school of werk. Dat is slechts 2,5% van alle forenzen, maar dit getal groeit jaarlijks in elke wijk (in Brooklyn het hardst: +75% tussen 2010 en 2014).

Vanmoof mikt op de fietsforenzen (in spe). In de voorverkoop verkocht het bedrijf tweehonderd Electrified S.-fietsen in Amerika voor een vanafprijs van tweeduizend dollar per stuk, een kleine €1.800. In totaal kochten Amerikanen zo'n zestien honderd Vanmoof-fietsen, een vijfde van het wereldwijde verkoopaantal.

Vooral van de elektrische fiets verwacht Carlier veel. Hij vindt het ‘de beste fiets ter wereld op dit moment’ en vooral de ideale fiets voor New York. ‘Ik denk dat het een doorbraak zal zijn voor het woon-werkverkeer hier. De afstanden en de hoogteverschillen zijn flink, en het is vaak erg warm.’ Amerikaanse journalisten, vooral zij die zich met technologie bezighouden, lijken dat enthousiasme met hem te delen. Technologiesite The Verge noemt de Electrified S. ‘de Tesla onder de fietsen’ en schrijft: ‘Dus zo voelt het om Superman te zijn’. Zakenblad Fast Company concludeert: ‘Dit lijkt de toekomst van het fietsen.’

Vanmoof-oprichter Taco Carlier fietst over de Brooklyn Bridge. Foto René Clement

Carlier: ‘De schaal waarop Tesla opereert is natuurlijk niet vergelijkbaar met Vanmoof. Maar de overeenkomst is dat we een conservatieve markt proberen open te breken met nieuwe technologieën, met productontwikkeling.’ En dat beide bedrijven met veel trommelgeroffel online voorverkopen organiseren voor kostbare nieuwe modellen, dat ook.

Via Lafayette Street de Brooklyn Bridge op. Het wemelt er van de toeristen, maar er is een fietsstrook(je).

‘Dat geluid als je over die houten planken fietst: katsjoenk, katsjoenk, katsjoenk; prachtig. En het biedt een mooi, open uitzicht op de andere kant van de rivier. Op de Manhattan Bridge wordt dat zicht onderbroken door staal en gaas. Al heeft die brug wel een fijner, afgescheiden fietspad.’

In tegengestelde richting schieten een paar fietsers voorbij.

‘Hey, een ‘moofje! Zag je ‘m? Leuk. Ik vraag me af hoeveel we er van moeten verkopen voordat ik ze vaker in New York in het wild ga zien. In Amsterdam zag ik ze overal toen we er nog maar honderd hadden verkocht. Als ik een Vanmoof in New York zie, voel ik me ontzettend trots. Het voelt bovendien als het begin van iets groters.’ Groet je ze dan, die Amerikaanse Vanmoof-eigenaars? ‘Nee. Te verlegen. Het zou wel sympathiek zijn, denk ik. ’

Brug af en dan links, Dumbo in, voor de foto. Daarna fietsen we Brooklyn Bridge Park in, met prachtig uitzicht op het wolkenkrabbersilhouet van Manhattan. Carlier fietst graag door dit park, richting zijn winkel.

Voelt een Vanmoof-fiets nog als een Nederlands product? Of Vanmoof als een Nederlands bedrijf? ‘Nee. We pronken ook niet met onze Nederlandse afkomst. Het staat niet eens op de dozen. We praten liever over de fietsen, waarom wij ze geschikt vinden voor de moderne stad. Dat lijkt me relevanter.’

We rijden de buurt Cobble Hill in en arriveren bij de Vanmoof-winkel. De nieuwste modellen staan buiten geparkeerd, voor de grote, glazen pui. Binnen hangt de Electrified S. aan de muur en staat de nieuwste telg: de SmartBike, voorzien van dezelfde technologieën, maar dan zonder elektromotor. Die werd vorige week in Amsterdam en in New York officieel gepresenteerd.

‘De meeste lessen over onze Amerikaanse klanten heb ik geleerd door hier in de winkel met ze te praten. En door zelf te fietsen. Amerikanen fietsen anders dan Nederlanders. Minder woon-werkverkeer, meer plezierrondjes door het park. Als ze al fietsen, fietsen ze vaak eens per week, waarna ze hun fiets weer binnen zetten. Onze fietsen zijn gemaakt om weer en wind te doorstaan, maar Amerikanen zijn vooral gewend aan sportieve, lichte racefietsjes.’ ‘Totdat ze merken dat dat heel onhandig is,’ zegt Brent van Assen, de ‘global operations manager’ die voor Vanmoof naar New York is verhuisd. ‘Omdat het regent en ze geen spatbord hebben, of omdat er overal van die grote gaten in de weg zitten. We proberen ze daarom zo snel mogelijk op een Vanmoof te krijgen voor een testrit. Dan merken ze het verschil.’ Carlier: ‘Het belangrijkste is dat we Amerikanen een klein beetje proberen te leren dat naar je werk fietsen cool is. En dat onze fietsen daarvoor gemaakt zijn.’

Rens Lieman schrijft als freelance journalist voor Nederlandse kranten en tijdschriften zoals NRC, Esquire, Vrij Nederland en Het Parool. Inhoudelijke specialisatie: Uber en de platformeconomie, de invloed van algoritmes en technologie op de werkvloer.

rens@renslieman.nl / @renslieman

Vond je dit een goed artikel? Je hebt het gratis kunnen lezen, maar als je wilt, kun je er heel gemakkelijk iets voor betalen. Zo steun je mijn werk als freelance journalist en kan ik vaker artikelen op deze plek gratis aanbieden 👊.