cancel

De School Verstappen

door Rens Lieman

fotografie Max Beerman

gepubliceerd in Esquire, maart 2015


Als coureur week Jos Verstappen voor niemand. Nu moet alles wijken voor zoon Max, de jongste Formule 1-coureur aller tijden. ↓


announcement Dit artikel is in 2015 geschreven. Een en ander is waarschijnlijk niet meer actueel.

Het is de laatste dag van januari 2015 en de internationale autosportpers verzamelt zich in de pitsstraat van het circuito de velocidad in het Zuid-Spaanse Jerez. Morgen is de officieuze start van het nieuwe Formule1-seizoen. Alle renstallen testen vier dagen lang hun nieuwe auto’s, zodat ze klaar zijn voor de eerste Grand Prix, op 15 maart in Australië.

Vandaag heeft Scuderia Toro Rosso zijn teampresentatie. Van de onthulling van de auto wordt niemand heel opgewonden; het is het nieuwe rijdersduo waarvoor iedereen gekomen is. Toro Rosso heeft de jongste Formule 1-coureur ooit gecontracteerd, de zeventienjarige Max Verstappen. Samen met zijn Spaanse teamgenoot Carlos Sainz (20) staat hij enkele garageboxen verderop te wachten.

Max – in overall, helm in de hand – leunt met zijn linkervoet tegen de deur en kijkt recht voor zich uit. De blik is neutraal, ontspannen. Een dag als alle andere. Als de persdame hem roept, loopt hij het rode tapijt op, de flitslichten in. 

Op de pitsmuur, tussen de fotografen die daar een hoger plekje dan hun collega's hebben ingenomen, kijkt een andere Verstappen toe. Vader Jos.


Max Verstappen (1997, Hasselt, België) is zestien jaar oud als hij in de zomer van 2014 met zijn vader in een kantoortje in een trailer van Red Bull zit. Het is de vrijdag van het Grand Prix-weekend in Hockenheim, Duitsland. De Limburgers hebben een gesprek met Dr. Helmut Marko, de voormalige Oostenrijkse Formule 1-coureur die in 1971 samen met Gijs van Lennep nog de 24 uur van Le Mans won. Nu is hij head of driver development voor Red Bull, dat met twee teams in de Formule 1 actief is: Red Bull Racing en Scuderia Toro Rosso, het ‘opleidingsteam’.

De deur van het kantoortje is dicht — contractbesprekingen geschieden in de Formule 1 in het diepste geheim. Er wordt ook maar kort gesproken. Maar als Jos Verstappen met zijn zoon het kantoortje weer uitloopt, weet hij het zeker: volgend jaar rijdt zijn zoon Formule 1.

Jos en Max Verstappen in Jerez op Max' eerste testdag in de Formule 1. Foto Max Beerman

Aan de vooravond van Max Verstappens eerste testdag als Formule 1-coureur zit Jos Ver- stappen met Esquire in dezelfde trailer, ditmaal geparkeerd in de paddock van het circuit in Jerez. Hij zet de grote hoofdtelefoon af waarmee hij kan meeluisteren met het radioverkeer tussen engineer en coureur. Vandaag rijdt Sainz, Max’ teamgenoot. Max is morgen aan de beurt, maar Jos wil ook vandaag meeluisteren. 

‘Ik ben met Max al meer dan tien jaar onderweg om hier te komen. We zijn zo veel samen opgetrokken. Toen we na het gesprek met Marko weer in de auto zaten, heb ik tegen hem gezegd: “Jongen, volgens mij ga jij volgend jaar Formule 1 rijden.” Er kwam een grote glimlach op zijn gezicht. Nee, we hebben elkaar niet omhelsd, of zo. Je moet alert blijven. Je mag niet verslappen. Nu begint het pas.’

Er was meer interesse in de coming man van de autosport, zegt Verstappen. Mercedes is het team dat wordt genoemd. Marko zegt in een Red Bull-documentaire dat ‘elk team in de top-vijf interesse had’. Daarom was er haast. Maar niet bij Jos Verstappen: 

‘De autosportwereld is klein. Goede prestaties in lagere raceklassen worden opgemerkt. Toen Max nog in de karting reed, liepen er al scouts rond. Ik kende ze allemaal, ik sprak ze allemaal. Dit avontuur had eerder kunnen beginnen, maar ik wilde de route afleggen die volgens mij het beste was voor Max.’


Jos Verstappen (Montfort, 4 maart 1972) is de succesvolste Nederlandse Formule 1-coureur aller tijden. (Update 2019: inmiddels is zoon Max dat.) De prestaties die die titel onderschrijven, boekt hij in zijn eerste seizoen, 1994/1995. Verstappen is dan 22.

Net als bij zoon Max lonkte de meest prestigieuze autosportklasse ter wereld al eerder. In 1991, als Jos na acht jaar karten klaar is voor de autosport, begint vader Frans Verstappen te netwerken voor zijn zoon. Hij gaat de boer op in de paddock van het Belgische circuit Spa Francorchamps, waar zich dan de Formule 1 Grand Prix voltrekt. Frans Verstappen treft daar Huub Rothengatter, dan werkzaam bij Philips, sponsor van het Jordan Formule 1-team. Met Ro- thengatters hulp rijdt Verstappen een jaar later in het Formule Opel Lotus-team van Frits van Amersfoort, die later ook Max Verstappen zou laten debuteren in de autosport.

Verstappen weet dan, zegt hij nu, ‘van toeten noch blazen’. ‘Er was nog geen data, geen simulator om in te oefenen. Huub noch mijn vader kon ik om advies vragen, ik moest op mijn eigen racegevoel afgaan. Ik had gelukkig een goed gevoel bij de auto en kon gemakkelijk de limiet vinden.’ 

Van zijn vader had Jos Verstappen meegekregen: als je er niet langs kunt, dan ga je er maar overheen

Frits van Amersfoort herinnert zich Verstappen: ‘Dit was de tijd dat seks nog veilig was en autosport gevaarlijk. De rijder moest het zelf allemaal uitzoeken op het circuit. Al rijdend oplossingen vinden, improviseren. Dat kon Jos erg goed.’

Verstappen wint veel, dat jaar, in verschillende autosportklassen. Zo veel, dat er interesse is van onder meer de Formule 1-renstallen McLaren en Benetton. 

Rothengatter onderhandelt in de winter van 1993/1994 een plek voor Verstappen als testrijder bij Benetton, het team dat op dat moment Michael Schumacher als eerste rijder onder contract heeft. Maar doordat tweede coureur JJ Lehto een nekwervel breekt op de testdagen in het voorjaar, wordt Verstappen nog voor het begin van het seizoen gepromoveerd tot racecoureur bij het team.

In de Benetton B194, aangedreven door een Ford Zetec-R V8 motor, kent Verstappen een bewogen seizoen. Hij crasht in zijn eerste race (door toedoen van Eddie Irvine, dat moet gezegd), spint eens van de baan en raakt dan weer in een vuurzee als er benzine wordt gemorst tijdens een pitsstop. Maar ook haalt hij zijn eerste podiumplaats, in Hongarije, in zijn zevende race. Die prestatie herhaalt hij in België, en hij sluit een seizoen van tien races met tien klassementspunten af.

Testen voor een goed, professioneel team lijkt de ideale opstap voor een debutant in de Formule 1, maar door die onverwachte promotie werd Verstappen te vroeg in het diepe gegooid. Tien punten waren voor Benneton niet genoeg. Een nieuwe kans bij het team krijgt Verstappen niet meer. Hij rijdt weliswaar nog voor Simtek, Arrows, Tyrrel-Ford, Stewart, Arrows en uiteindelijk Minardi (nu Scuderia Toro Rosso), maar dat zijn teams met matige auto’s die niet of nauwelijks voor de punten meedoen.

Verslaggever Marc Cornelissen volgde voor Het Belang van Limburg toen de Formule 1. ‘Dat eerste jaar was moeilijk voor Jos. Niet alleen was hij opeens tweede rijder bij een topteam, ook had hij Schumacher als teamgenoot. Die probeerde hij krampachtig te verslaan, waardoor hij veel fouten maakte. Maar zo is Jos. Van zijn vader had hij meegekregen: als je er niet langs kunt, dan ga je er maar overheen.’ 

Cornelissen herinnert zich een coureur die het hart op de tong draagt. ‘Uniek. Alleen Villeneuve deed dat misschien, verder niemand. Jos bevestigde zelfs met zoveel woorden het gerucht dat Schumacher, tegen de regels in, tractiecontrole op zijn auto had. Hij zei tegen journalisten: “Heel gek, bij Schumacher zit een extra knopje op het stuur.” Haha, op z’n Limburgs: passief-agressief.’


Terug naar Jerez. 1 februari 2015, vijf voor negen in de morgen. In de pitsbox staat een ‘halfnaakte’ (nog zonder het meeste bodywork) STR10, de auto waarmee Max Verstappen over een paar minuten het nog koude asfalt op gaat. Rond en onder de auto is een dozijn monteurs aan het werk. Ze hebben even daarvoor de nachtploeg afgewisseld: op dagen als deze werkt een team de klok rond om een auto op tijd klaar te krijgen, zodat de testdag ten volste kan worden benut.

Foto Red Bull

Max maakt zich achter in de garage klaar. Eerst het brandwerende ‘ondergoed’, dan het pak, dan de helm en handschoenen, die hij krijgt aangereikt van personal trainer Jake Aliker. Aliker is eerder dit jaar van het zonnige Airlie Beach in Australië, waar hij als rugbytrainer werkte, naar het Belgische Maaseik verhuisd, de woonplaats van Max en Jos. Het was zijn taak om Max in  anderhalve maand fysiek en mentaal klaar te stomen voor de Formule 1. Nu moet hij hem in die vorm houden.

Volledig bepakt staat Max klaar, maar de auto is nog niet gereed. Verstappen senior is ook in de garage – altijd in de buurt van Max. Hij loopt naar zijn zoon toe. Ze praten en maken handbewegingen die de bochten van het circuit visualiseren. 

Om tien over negen gaat de blauwe garagedeur open. Het is bewolkt, grijs, koud. Vlug worden er grote hekken voor de auto getrokken: de sport is spionagegevoelig en de auto is nog altijd naakt. Dan worden de laatste stukken bodywork erop geschroefd en worden ook de banden op de auto gemonteerd. Max stapt in en nestelt zich in het voor hem op maat gemaakte racestoeltje. Vier monteurs halen volledig simultaan en in één vlugge beweging de bandenwarmers eraf. Een vijfde start de auto, de hekken gaan aan de kant en Max rijdt de garage uit. 

Verstappen: ‘Max weet wat hij wil, hij weet wat hij moet doen, hij wéét het. Hij is voorbereid.’

Rond het middaguur kan er een paar uur niet gereden worden, omdat het team aanpassingen aan de motor doorvoert. Verstappen is de garage uitgelopen, de hoofdtelefoon nog om zijn nek. Hij is trots op zijn zoon, zegt hij, en legt uit hoe het komt dat Max vanmorgen, net zoals een dag eerder bij de teampresentatie, zo koeltjes lijkt. 

Omdat hij dat ís. 

De STR10 verlaat de garage, voor het eerst op een officiële testdag met Max Verstappen erin. Foto Red Bull


De scholing van Max is al tien jaar geleden begonnen, vandaag is een dag als alle andere. Verstappen: ‘Ik heb met Max alle circuits afgereisd, de laatste vijf jaar internationaal. We had- den een grote Mercedes Sprinter-bus, vier karts en onderdelen achterin.’

Ook toen Max bij de fabrieksteams reed, die monteurs in dienst hebben om karts na een race weer te herstellen, nam Verstappen na elke race de karts mee naar zijn eigen werkplaats. Om zeker te weten dat het materiaal ‘tiptop in orde’ was. Verstappen: ‘Ik was zijn motorbouwer, monteur, manager, begeleider, vader. Ik regelde alles. En het mooie is: na zo’n race rij je samen terug naar huis en kun je alles even doorlopen. Ik zie alles, omdat ik zelf ook geracet heb, op de terugweg praatten we dan hoe het gegaan was.’

Ik wilde dat hij écht doorhad hoe teleurgesteld ik was. Ik wilde dat het hem even pijn deed

Slechte races van Max waren op een hand te tellen, dus meestal waren die evaluaties op de te- rugweg niet zo’n probleem. Tot de World Cup in het Italiaanse Sarno, aan de voet van de Vesuvius. 

Max, nog net geen 14, won alles dat weekend en stevende onbedreigd op de titel af. Toch wilde hij per se vroeg in de race een voorganger inhalen die hij waarschijnlijk een paar rondes later veel makkelijker had kunnen passeren. Ze raakten elkaar, Max viel uit. Hij vertelt daar nu dit over: ‘Toen ik terug in de pitsstraat kwam, was m’n vader verdwenen. Zoek. Toen ik 'm weer vond, bleek hij heel boos. Maar ja, we moesten nog wel die kart ophalen en in de auto krijgen. Dat moest ik zelf maar uitzoeken, zei hij. Ik heb maar iemand anders gevraagd om te helpen die kart van de baan te krijgen. De hele terugreis hebben we niet gesproken. Sterker nog: hij heeft een week niet tegen me gesproken.’ 

Jos Verstappen: ‘Ik wilde het hem laten voelen. Ik wilde dat hij écht doorhad hoe teleurgesteld ik was. Ik wilde dat het hem even pijn deed.’

Ja, Verstappen is de eerste om toe te geven dat hij precies dit type fouten (te gretig, te agressief ) ook heeft gemaakt op het circuit. ‘Maar betekent dat dat mijn zoon die ook moet maken?’

Een populaire opvatting in de paddock is dat in Max het beste van zijn vader en zijn moeder (Sophie Kumpen, succesvol oud-kartcoureur) verenigd is. In de woorden van autosportfotograaf Ronald Fleurbaaij: ‘Max rijdt met het verstand van zijn moeder en de ballen van zijn vader.’ Verstappen vindt dat onzin: ‘Ik denk dat hij het raceverstand echt wel van mij heeft. Maar we hebben het bij Max verfijnd. Hij gebruikt zijn verstand beter.’

Max heeft meer talenten die Verstappen aan zichzelf doen herinneren: 

Xevi Pujolar, Max’ engineer die al veertien jaar in de Formule 1 actief is, is ‘erg onder de indruk’ van Max’ race-intelligentie. ‘We spreken dezelfde taal. Hij kan op de baan uit elkaar houden wat welke invloed heeft: de banden, de temperatuur van het asfalt, de motor... Zo kan hij mij perfecte feedback geven. Dat is bijzonder in deze fase in zijn carrière.’

Verstappen: ‘Dat heb ik hem geleerd. Ik weet hoe belangrijk het is om een engineer goede feed- back over de auto te geven. Hoe de balans is van de auto, de driveability.’

Pujolar: ‘Max heeft een reservebrein. Hij racet, maar ziet álles. Hij houdt alle andere coureurs in de gaten: hoe iemand een bocht neemt, hoe van een ander de rechterachterband snel slijt. Dat kan hij mij direct, en ook nog eens heel rustig, over de radio vertellen. Dat máákt een coureur. Alonso heeft dat ook. Anderen zijn alleen maar snel.’

Verstappen: ‘Dat heb ik tegen Max gezegd: kalm blijven op de radio. Rust uitstralen.’

En later, als Max in een groepsinterview met journalisten terugblikt op de eerste testdag en zijn rijkunsten in de regen ter sprake komen, zegt hij: ‘Mij ligt de regen wel.’

Verstappen, die zich weer achter een rijtje fotografen ophoudt, buigt zich naar voren, richting de voice recorders: ‘Heeft-ie van mij.’

Foto Max Beerman

De volgende dag komt Max Verstappen niet in actie, maar moet hij wel de hele dag op het circuit zijn. Leren van zijn teamgenoot. Zijn eerste dag als Formule 1-coureur is prima verlopen. Geen spanning op het gezicht te bespeuren, geen spin op de baan, geen grindkorrels op de banden. Het leven op een Formule 1-circuit is... ‘gewoon’. Op het saaie af misschien zelfs. 

Werk je tien jaar lang om in de Formule 1 te geraken, ervaar je het als gewoon. Is dat niet jammer, Max? ‘Nee, het is relaxt. Door alles wat ik van mijn vader heb geleerd, weet ik hoe het werkt. Ik weet wat er gebeurt en wat er komen gaat. Daardoor kan ik me concentreren op andere dingen. Harder gaan.’

Woensdag, de laatste dag van de testvierdaagse, max Max weer rijden. Hij legt zo'n honderd rondes af dit keer en klokt de vierde tijd van de acht coureurs die in actie kwamen. Maar tijden zeggen niet zoveel op zo’n dag, waar elk team een ander plan uitvoert dat niet per se draait om zo snel mogelijk rondes te rijden. Om zeven uur neemt hij plaats in de trailer voor een debriefing. 

Als zijn verplichtingen voor het team erop zitten, vertrekt Max met zijn vader Jos weer richting het hotel, pal naast het circuit. Ze delen een kamer. Daar wordt geëvalueerd, al noemen de beide Verstappens dat niet zo. Het is praten. Over hoe het ging, ja. En over autosport. En als er nog tijd over is, over hoe het verder gaat. Als beginnend Formule 1-coureur is er nu eenmaal weinig tijd voor andere zaken. 

Verstappen: ‘Dat hoort erbij. Hij wordt volwassen en de Formule 1 is grotemannenwerk. Ja, hij zal dit jaar wat minder privétijd hebben en wat meer onderweg zijn, maar de wereld rondreizen is ook niet vervelend.’

Maar dan is hij wel met zijn vader, niet met zijn vrienden, toch?

‘Ik ben een halve vriend.’

Rens Lieman schrijft als freelance journalist voor Nederlandse kranten en tijdschriften zoals NRC, Esquire, Vrij Nederland en Het Parool. Inhoudelijke specialisatie: Uber en de platformeconomie, de invloed van algoritmes en technologie op de werkvloer.

rens@renslieman.nl / @renslieman

Vond je dit een goed artikel? Je hebt het gratis kunnen lezen, maar als je wilt, kun je er heel gemakkelijk iets voor betalen. Zo steun je mijn werk als freelance journalist en kan ik vaker artikelen op deze plek gratis aanbieden 👊.