cancel

Big Louis

door Rens Lieman

fotografie Privéarchief

gepubliceerd in Esquire, juni 2014


De voetbaljaren van een trage, lange slungel die het allemaal beter wist. ↓


Oud-coach Barry Hughes heeft een goede Louis van Gaal-imitatie in huis. In de kleedkamer van Sparta wilde hij in de jaren tachtig dat showtje nog weleens opvoeren. De lichaamshouding (kaarsrecht, borst vooruit), het gelaat (altijd ernstig), de toon (verongelijkt, betweterig); Van Gaal leent zich goed voor imitatie. Big Louis, noemde Hughes hem, wat vast niet alleen sloeg op Van Gaals lange, slungelige lichaam, maar ook op zijn grootheidswaanzin: Van Gaal heeft zich als speler altijd groter gevoeld dan de rol die hij bekleedde. 

Van Gaal lag nogal eens overhoop met Hughes. Net als met Sparta-aanvoerder Pim Doesburg. En AZ-aanvaller David Loggie. Van Gaal wist wat hij wilde en schroomde niet dat kenbaar te maken, aan wie dan ook. Esquire zocht oud-teamgenoten en -coaches op in een poging de voetbaljaren te reconstrueren van de bondscoach, die zelf weigerde mee te werken aan dit artikel.


Aloysius Paulus Maria (Louis) van Gaal wordt op 8 augustus 1951 geboren in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer. Hij groeit samen met zijn negen broers en zussen op in een grote benedenwoning aan het Galileïplantsoen. Vader Van Gaal, die als Louis elf is komt te overlijden na hartproblemen, is vertegenwoordiger van een oliemaatschappij en verdient goed. De familie heeft een dienstmeisje dat bij hen inwoont en er staat een auto op de oprit, een bordeauxrode Borgward Isabella. 

Op een paar honderd meter ligt het Linnaeushof, waar Van Gaal naar de kleuterschool en de lagere school gaat. De rooms-katholieke Martelaren van Gorcumkerk torent er hoog bovenuit; de Van Gaals zijn trouwe kerkgangers.

Buurtgenoot en jeugdvriend Erik Cocx woont tegenwoordig in Warnsveld, een dorp in de gemeente Zutphen. In zijn boekenkast staan boeken over voetbalclub De Meer, waar hij en Van Gaal samen in het eerste speelden. In zijn tuin een witgeverfd Amsterdammertje, het paaltje met de drie rode andreaskruisen. 

‘De Watergraafsmeer voelde als een dorp, iedereen kende elkaar. Louis leerde ik kennen op de kleuterschool, we werden vrienden en voetbalden na school altijd met andere kinderen – Brammetje Braam, Harry Vermeegen en een enkele keer Johan en Henny Cruijff. Eerst met een tennisbal, later met mijn Hema-voetbal en uiteindelijk met Louis zijn stadionbal, een vijfje, weliswaar van plastic maar net zo zwaar als een echte, lederen bal. Die had-ie gekocht van zijn krantenwijk.’

Cocx en Van Gaal voetballen voor de ingang van een school tegenover het Galileïplantsoen, waar dan nog nauwelijks auto’s rijden. Het ‘veld’ van klinkerstenen beslaat een meter of twintig met aan weerszijden een lantaarnpaal: van onderaf tot aan de gele letters die er door de gemeente op zijn geverfd, is dat het doel. 

Cocx: ‘Het kwam dus neer op wat we nu kennen als tikkie-takkievoetbal: op één been staan, met het andere vlug kaatsen totdat iemand vrij staat bij de paal. Dan een wippertje omhoog en een kopbal naar de paal. Louis was een heel rank mannetje, niet zo breed in de schouders, maar met een ontzettend groot hoofd waar hij geweldig mee kon koppen.'

'Louis liep niet, hij keek. Hij was altijd bezig met kijken. Waar ik alleen maar met mijzelf bezig was, zag hij het geheel. Als we terug naar huis liepen, analyseerde hij de wedstrijd. En de spelers. “Je wilt te veel met je hoofd, Eric. Doe liever iets aan je linkerbeen en gebruik dat wat vaker.”’


Op een kleine twee kilometer van Van Gaals huis liggen vier voetbalvelden van de rooms-katholieke sportvereniging De Meer. Als Ajax in het oude stadion De Meer scoort, hoor je dat op de amateurvelden. 

Van Gaals zussen turnen op De Meer, zijn broers voetballen er. Van Gaal wordt op zijn achtste lid en stroomt snel door van de welpen naar de B-junioren. Broer Gérard en Cocx spelen dan al bij het eerste en worden kampioen. Een seizoen later, 1969/1970, komt ook Van Gaal bij het eerste onder coach Rob Nieuwenhuis. Hij is dan zeventien, en heeft nog altijd een ‘melkmuiltje’ met kort, in een nette scheiding gekamd haar. Als jongste bediende speelt hij in de spits, met naast hem de eveneens jonge buitenspelers Cocx (rechts) en Theo van der Heiden (links). 

De strategie is simpel maar efficiënt: de buitenspelers passeren hun tegenstander op snelheid en geven voor op Van Gaal, die meestal koppend afrondt. De Meer wordt andermaal kampioen. In de kampioenswedstrijd tegen RKDES geeft Van Gaal de bloemen aan Fernanda, een meisje dat met wat vriendinnen langs de kant staat te kijken. Zij zal later zijn (eerste) vrouw worden.

Wat ik niet pikte, was dat hij achter mijn rug om zijn teamgenoten instrueerde en op zijn hand probeerde te krijgen

De eerste strubbelingen met coaches hebben zich dan al voorgedaan. Coach Nieuwenhuis heeft de dan achttienjarige Van Gaal na twee trainingen al van het veld gestuurd. In het boek van Meindert van der Kaaij, Louis van Gaal, een voetbalbiografie, zegt Nieuwenhuis daarover: ‘Wat ik niet pikte, was dat hij achter mijn rug om zijn teamgenoten instrueerde en op zijn hand probeerde te krijgen. Dat kon ik natuurlijk niet accepteren, dat was toevallig mijn taak.’

Arie Blekkenhorst volgt Nieuwenhuis op en met hem heeft Van Gaal geen problemen. Belangrijker: Blekkenhorst heeft contacten bij Ajax. Na nog een seizoen bij De Meer krijgt Van Gaal een contract bij Ajax. Van Gaal is goed op weg zijn droom te verwezenlijken. Het enige probleem: op ‘zijn’ positie in het eerste heeft hij concurrentie van een jonge voetballer die al heel snel, heel veel indruk maakt: ‘Jopie’ Cruijff.

Oud-international Johnny Rep, Oranje’s WK- topscorer aller tijden, 62 jaar oud als Esquire hem treft in zijn stamcafé De Krokodil in Krommenie, heeft met Van Gaal getraind en gespeeld in het tweede van Ajax. Zijn eerste indruk van Van Gaal: ‘Ik vond hem een slome. Hij had een lange nek, bepaald geen sierlijk lichaam. Hij kon best aardig voetballen, maar was ontzettend traag. Hij kwam gewoon tekort voor Ajax. Of hij dat zelf ook vond? Ik denk het niet, haha!’ 

Van Gaal zelf, in zijn officiële biografie: ‘Ik was toen al heel realistisch. Mijn kwaliteiten waren niet genoeg voor de top.’


In een oefenwedstrijd van Ajax tegen Anderlecht wordt Van Gaal toch opgesteld, en het is dat optreden dat hem een aanbod van de Royal Antwerp Football Club oplevert. Hij kan er als full prof aan de slag. Van Gaal heeft geen zin meer om bij Ajax op een eventueel vertrek van Cruijff naar Barcelona te wachten, en gaat in op het aanbod. Hij verhuist naar een flatje in Deurne, een voorstadje van Antwerpen. Dat de Cruijff-transfer twee maanden daarna rondkomt, is mosterd na de maaltijd.

Van Gaal is de vierde buitenlander in de selectie van coach Guy Thys, die er van de Belgische voetbalbond maar drie mag opstellen. En omdat Thys graag speelt op de snelle counter, blijft Van Gaal alle vier de jaren dat hij in Antwerpen zou blijven, wisselspeler. Zijn arrogante houding brengt hem ook niet dichter bij een basisplaats, zal Thys later toegeven.

Met coach Guy Thys in Antwerpen. De twee werden geen vrienden.

In Van der Kaaijs boek memoreert teamgenoot Roger van Gool: ‘In het begin van het seizoen was Lund [Van Gaals Zweedse teamgenoot en concurrent voor een basisplaats] geblesseerd en voor vier weken uitgeschakeld. Van Gaal speelde die vier weken uitmuntend. 

Na afloop van de vierde wedstrijd stonden we wat te drinken. Thys kwam dan altijd even bij alle tafeltjes staan om te kouten met een whisky en sigaartje in zijn hand. Bij ons tafeltje aangekomen, zei Louis voor de grap, maar ook wel tartend: “Nou trainer, als ik volgende week nog niet in de basis sta, dan begin ik te denken dat mijn vrouw nog meer verstand van voetbal heeft dan u.”’

De week daarop zit Van Gaal weer op de bank. Van Gool zegt geleerd te hebben dat je in voetballerij alleen maar een grote mond kunt hebben wanneer je zelf de baas bent. Van Gaal leert die les niet, of kiest ervoor hem te negeren.

Nou trainer, als ik volgende week nog niet in de basis sta, dan heeft mijn vrouw nog meer verstand van voetbal dan u


Samen met zijn vrouw Fernanda keert Van Gaal in 1977 terug naar Nederland. Hij heeft een baan gevonden als gymnastiekdocent op de LTS Don Bosco in Amsterdam-Oost en betrekt een woning in het Noord-Hollandse dorpje Avenhorn. Onder de Roemeense coach Mircea Petescu voetbalt hij nog een seizoen als huurling bij Telstar, om daarna samen met Petescu naar Sparta te vertrekken, dat voor Van Gaal aan Antwerp FC 160.000 gulden betaalt.

In de spelersgroep bij Sparta is een duidelijke hiërarchie. Aan de top van de piramide: clubicoon Pim Doesburg. Als Van Gaal zich bij de selectie voegt, begint Doesburg aan zijn dertiende seizoen als Sparta-keeper. Even daarvoor had Doesburg nog op doel gestaan in het Nederlands elftal, dat in Argentinië op het WK van het gastland in de finale verloren had. Van Gaal komt bij Sparta centraal op het middenveld te staan.

Doesburg, gezeten achter een kop koffie: ‘Ik had al vlug door dat Petescu en Louis goede vrienden waren. Ik was aanvoerder, maar met Louis besprak Petescu de tactiek. Ik weet niet waarom, dat gebeurde gewoon zo.’ 

Seizoen '82/'83: Van Gaal instrueert de jonge Danny Blind

Op het veld hebben Doesburg en Van Gaal tegengestelde spelopvattingen. ‘Ik had een goede trap in huis, dus wilde met een doeltrap de spitsen aanspelen. Dan was er gelijk dreiging, en hadden we veel man achter de bal. Zo speelden we graag bij Sparta. Maar Louis kon dat niet belopen. Hij zocht het liever in de combinatie, wilde een aanval over vier, vijf schijven laten gaan. Dus kwam hij bij mij de bal opeisen.’

Meestal negeert Doesburg de dan 27-jarige Van Gaal, maar de macht van de doelman neemt af in de groep. Doesburg: ‘Dat kwam omdat ik niet in mijn beste vorm verkeerde dat jaar. Zeggenschap in de groep hangt samen met je sportieve prestaties. Louis speelde altijd hetzelfde: rustig aan de bal, altijd twee zetten vooruit denkend; hij was een zeer intelligente voetballer. Op die intelligentie heeft hij zo lang door kunnen spelen. Hij meende alles beter te zien. Wat hij wilde, kon hij ook goed tegen trainers beargumenteren. Ik niet.’

Hugo Borst, Sparta-fan, ziet Van Gaal in die periode vanaf de tribune. In zijn boek O, Louis schrijft hij: ‘Ik keek gebiologeerd naar Van Gaal. Hij loopt kaarsrecht, alsof hij in een harnas is gehesen. Hij is lelijk. Zijn neus staat scheef. Zelfs van een afstandje is dat duidelijk te zien. [...] Hij brengt rust, is niet van de bal te krijgen en houdt altijd overzicht. Er kleeft één nadeel aan hem: hij is zo snel als een vlieg op een nat zuurtje.’


In 1980 vertrekt Doesburg en wordt coach Petescu vervangen door de van oorsprong Engelse coach Barry Hughes, die hiervoor zeven jaar bij FC Haarlem heeft gewerkt. Hughes neemt de Britse aanvaller David Loggie met zich mee. Later dat seizoen speelt ook Dick Advocaat in het eerste en breken René van der Gijp en Danny Blind door uit de jeugd van Sparta. 

Van Gaal blijft zijn werk als gymdocent in Amsterdam combineren met eredivisievoetbal bij Sparta. Doordeweeks rijdt hij vier keer in hoog tempo van Amsterdam naar Spangen om de training van half vier te halen. Meestal weet hij nog een tien minuten durende power nap bij het Shell-station in Leiderdorp in het schema te persen. Soms komt de power nap net te laat: drie keer rijdt hij oververmoeid zijn auto de vangrail in.

Voormalig Sparta-spits David Loggie geeft tegenwoordig les op de golfclub in Julianadorp. Loggie zou Van Gaal later bij AZ nog eens tegenkomen, maar herinnert zich de periode bij Sparta ook goed. 

Op trainingskamp in Haïti: Van Gaal, Advoaat en Hughes.

‘Louis was een generaal. Tactisch was hij erg sterk, en dat wilde hij overbrengen aan zijn teamgenoten. Het kwam regelmatig voor dat Barry [Hughes] vanaf de zijlijn het een zei, en Louis op het veld het ander. Op trainingen was er vaak onenigheid tussen die twee. Louis is heel methodisch, didactisch; Barry wilde nog wel eens met etalagepoppen op het trainingsveld verschijnen. Je kon een confrontatie zien aankomen.’

Die confrontatie, die komt er, net voor de winterstop . Loggie: ‘Ik weet niet meer waar het over ging, maar die twee gingen zó tegen elkaar tekeer, dat Barry hem het veld afstuurde en uit het eerste elftal haalde.’

De afkoelingsperiode duurt een paar wedstrijden. Bij zijn rentree is Van Gaal ‘tijdelijk iets kalmer’, volgens Loggie, maar voor een harmonieuze samenwerking blijven de twee te sterk verschillen. Na een matig begin van het seizoen gaat Sparta, met Advocaat en Blind erbij, wel steeds beter spelen. Begin jaren tachtig is Sparta een stabiele best of the rest in de eredivisie, achter de grote drie: PSV, Ajax en Feyenoord.


Van Gaal voelt zich steeds meer thuis op Het Kasteel. Hughes wordt in 1983 vervangen door Bert Jacobs en daarna door Theo Vonk, alle twee coaches met wie Van Gaal het wél goed kan vinden. Van Gaal snapt wel waarom het met Vonk en Jacobs wel boterde, maar niet met Hughes. Uit zijn biografie: ‘Hughes vond ik een geweldige man, maar hij luisterde niet naar mij.’

Theo Vonk (1947), tot voor kort nog actief als coach van het eerste van amateurvereniging Sportclub Enschede, wil graag iets over zijn vriend Van Gaal vertellen. ‘De hele wereld heeft een verkeerd beeld van hem. Louis is een heel sociale man, zeer professioneel in het uitoefenen van zijn beroep. Ondanks zijn drukke leven, verzaakte hij nóóit op de training en kwam hij altijd op tijd. Een voorbeeld voor de groep.’

Elke zondag haalt Vonk Van Gaal op in Avenhorn, om samen naar Spangen te rijden. Onderweg bespreken ze de tactiek en de opstelling. Van Gaal is Vonks ‘rechterhand op het veld’, en voor zijn teamgenoten bovendien een veilig aanspeelpunt.

'Je kon hem altijd in de dekking aanspelen. Hij raakte nooit in paniek en verloor de bal zelden.’ De samenwerking tussen Vonk en Van Gaal gaat zelfs nog door tot de wedstrijdbespreking de dag na de wedstrijd. Vonk: ‘Louis en ik speelden weleens good cop, bad cop. We spraken af dat hij namens de spelers fel tegen mij in zou gaan, zodat de groep een beetje op scherp gezet werd.’

Eindelijk heeft Van Gaal de rol, de macht, die hij ambieert. Hij is weliswaar nog geen coach, maar de coach staat tenminste zijn manier van spelen niet meer in de weg. Bovendien zijn de andere goedgebekte, ervaren Spartanen, Doesburg bijvoorbeeld, van het toneel verdwenen. Van Gaal wordt de vader van een steeds jonger wordende ploeg. Hij ontfermt zich bijvoorbeeld over René van der Gijp, maar die is wat te eigenwijs. De jonge back Adrie Andriessen wil wel leren van Van Gaal. 

Andriessen: ‘Louis werd “groter” naarmate de oude spelers vertrokken. Hij was verbaal steeds duidelijker aanwezig. Hij zette het elftal neer op het veld en kon dat ook goed. Als een wedstrijd niet lekker liep, kon hij door hier en daar mensen een paar meter te verschuiven, het probleem oplossen. Na de wedstrijd of na een training nam hij echt de tijd voor de jongere jongens. Ik heb zoveel met die jongen over voetbal gepraat. In de kleedkamer, of soms gewoon nog een tijdje voor het hek van het stadion, vertelde hij mij wat ik beter kon doen. Ik luisterde daar graag naar want ik wilde beter worden. Louis was echt een goeie gozer hoor, hij zag het altijd in mij zitten.’


Van Gaal heeft een goede band met Sparta-voorzitter Floor Bouwer opgebouwd. Bouwer krijgt in 1985 te horen dat Van Gaal assistent-trainer wil worden. Als speler is het lijf op, de rek eruit. Maar Bouwer is juist van plan Hughes terug te halen. Noch Hughes noch Van Gaal heeft hoop op een constructieve samenwerking. Van Gaal vertrekt daarom naar AZ, waar Hans Eijkenbroek de coach is. 

Bij AZ kan Van Gaal weliswaar niet direct assistent-trainer worden, maar wel ‘speler/assistent-trainer’. Omdat Eijkenbroek al vroeg in het seizoen te kampen krijgt met hyperventilatie, neemt Van Gaal de dagelijkse trainingen over, maakt hij de opstellingen en leidt hij de wedstrijdbesprekingen. Voor de buitenwereld is Eijkenbroek coach, in de praktijk heeft Van Gaal, ook nog altijd speler, het stokje overgenomen.

Van Gaal als 'speler/ assistent-trainer' bij AZ in 1986.

Die dubbelrol wekt wrevel op bij de spelers. De spelersgroep stemt een aantal wedstrijden voor het einde van het seizoen in grote meerderheid voor het vertrek van Van Gaal. Loggie benadrukt dat Van Gaal buiten het voetbalstadion een heel fijn mens is, maar op het veld en in de kleedkamer, laten we zeggen: anders was. Zeker in zijn nieuwe functie als interim-trainer. 

Loggie: ‘Louis begon zijn wil echt door te drukken. In de rust in de kleedkamer zat Eijkenbroek op de bank en nam Louis het woord. Hij deelde de lakens uit. “Ik wil het zo, en niet anders.” Zijn goed recht hoor, als trainer, maar hoe hij het bracht... Bam! Soms letterlijk met de vuist op tafel. Louis was ook onze teamgenoot, maar daar had hij geen boodschap meer aan.’

Om dat te benadrukken komt Van Gaal op een dag de kleedkamer binnen om de spelersgroep het volgende mee te geven: ‘Voor jullie ben ik niet meer “Louis”. Ik heet nu “trainer”.’

Rens Lieman schrijft als freelance journalist voor Nederlandse kranten en tijdschriften zoals NRC, Esquire, Vrij Nederland en Het Parool. Inhoudelijke specialisatie: Uber en de platformeconomie, de invloed van algoritmes en technologie op de werkvloer.

rens@renslieman.nl / @renslieman

Vond je dit een goed artikel? Je hebt het gratis kunnen lezen, maar als je wilt, kun je er heel gemakkelijk iets voor betalen. Zo steun je mijn werk als freelance journalist en kan ik vaker artikelen op deze plek gratis aanbieden 👊.