cancel

Kunst in een digitale wereld? Alleen zonder errors

door Rens Lieman

fotografie Sander Veenhof

gepubliceerd in Esquire, februari 2019


Wat de kunst nodig heeft in een toenemend digitale wereld: nutteloosheid en een programmeercode zonder errors. ↓


Een paar dingen die je moet weten over Sander Veenhof (45), kunstenaar en pleitbezorger van de boodschap hieronder. Veenhof verdiende aanvankelijk zijn brood als bedrijfsinformaticus, maar dat werk werd hem iets te serieus. Wat hij in zijn vrije avonduren deed vond hij veel leuker: samen met zijn vrienden experimentele, interactieve televisie maken. Klooien. 

Niet voor niets is Veenhof trotse winnaar van de wedstrijd Nutteloos Programmeren. Hij won de titel in zijn studietijd, met een klok die aan de ene kant de even uren, minuten en seconden toonde, en aan de andere kant de oneven. De wijzers sprongen voortdurend heen en weer. 

De Gerrit Rietveld Academie zou hem beter passen, zo werd hem in 2003 duidelijk. Veenhof werd kunstenaar. Niet binnen een van de traditionele disciplines: hij maakt kunst in augmented reality —letterlijk vertaald ‘aangevulde realiteit’, kortweg AR: een extra, virtuele laag over onze fysieke wereld, zichtbaar via telefoon of bril.

In 2010 vestigde hij zijn naam als AR-kunstenaar door zonder toestemming in het MoMA in New York te exposeren met een virtuele tentoonstelling. Niemand kon hem tegenhouden, de virtuele wereld kent geen grenzen. 

Zijn nieuwste kunstproject heet If This Then I: How to be Your Own Robot. Het is project waarbij mensen kunnen ‘proefdraaien’ in een augmented reality waarin we ons grotendeels laten leiden door algoritmes. Veenhof anticipeert op een wereld die straks misschien wel voor de helft virtueel is. Het leidt bij hem tot een zorgwekkende gedachte: is er nog wel plek voor kunst, in een wereld die gedomineerd wordt door eenduidige, nuttige technologie?

Laat het hem uitleggen:


‘Langzaam maar zeker worden we “algoritmische burgers” - burgers wier leven door algoritmes gestuurd worden. Het is nu nog subtiel: Google Now dat mij vertelt dat ik nú van die borrel moet vertrekken om mijn laatste trein te halen. 

Dat soort apps leven vooralsnog op onze telefoon, die we uit onze zak moeten halen om ze te gebruiken. Maar zodra we een AR-bril opzetten, is die technologie er altijd en overal. Overal apps die zich met ons leven bemoeien. Apps die volgens rigide regels in programmeercode geschreven worden, door programmeurs, en verkocht worden door een oligopolie van Apple, Google of Amazon.

Ik ben er van overtuigd dat kunst een belangrijke rol vervult in ons leven. Je hebt de “mooie, aaibare kunst”, het soort dat je boven de bank hangt, maar ik heb het hier over de ingewikkeldere soort. De kunst die een statement maakt, op een maatschappelijke ontwikkeling wijst, of tegen iets aanschopt. 

Kunstenaars kunnen dat vaak zo goed, omdat ze zélf hun origineel idee tot een kunstwerk kunnen verwerken. Met verf kunnen uiten, in steen of in woorden. Maar digitale kunst bestaat uit programmeercode. Gaat dat principe dan nog wel op?

Voor de meeste kunstenaars niet. Die kunnen niet programmeren. Programmeertaal is star. Ergens een komma in plaats van een punt en je krijgt een error. Ontzettend frustrerend, vooral omdat het systeem vaak wel weet wat je voor ogen hebt. 

Geen kunstenaar die een lijstje “veel gestelde vragen” bij het kunstwerk hangt

Vroeger had je Flash, een programmeertaal die in de eerste versies althans niet aan foutenafhandeling deed, altijd iets deed, dóórging. Dat leverde verrassende resultaten op. Je kon bij wijze van spreken dronken programmeren. Kunst moet dronken gemaakt kunnen worden.

Natuurlijk kun je als kunstenaar het programmeren uitbesteden. Genoeg kunstenaars - Jeff Koons, Damien Hirst - die het maken of verfijnen van hun werk deels overlaten aan derden. Maar bij digitale kunst moet een kunstenaar die niet kan programmeren, het complete maakproces uitbesteden. Het ambachtelijke verdwijnt. En daarmee de spontaniteit, de verrassing die kan optreden tijdens het maken. 

Wie zelf iets schildert, kan eens besluiten de verf te mengen, waaruit een misschien wel onbekende kleur ontstaat. Of een klodder verf tegen het canvas gooien, en zien hoe de spetters werken. De kunstenaar kan spelen met het materiaal: wat gebeurt er als ik eens een andere kwast pak?

Foto Sander Veenhof

Zelfs al kún je programmeren, en je hebt iets gemaakt, dan wil je dat mensen het op hun telefoon of straks via hun AR-bril kunnen ervaren. Dat betekent dat het in een appstore moet komen, en dus de keuring van Apple moet doorstaan. 

In Apple’s richtlijnen staat dat apps moeten maken zoals gebruikers dat verwachten. Appmakers moeten bekende icoontjes gebruiken. Zorgen voor een goede navigatie. Ongewenste uitkomsten vermijden. Informatie geven die klopt. Geen verborgenheden. De app moet núttig zijn.

Als je deze voorwaarden zou toepassen op kunst die je een museum aantreft, zou je weinig overhouden. In kunst zit vaak juist een verborgen laag, iets wat je op het verkeerde been zet. Geen kunstenaar die een lijstje “veel gestelde vragen” bij zijn of haar kunstwerk maakt.

We gebruiken onze telefoon veel. Het valt me op dat het gros van wat we doen, in het stramien past dat commerciële bedrijven bedacht hebben omdat het ze winst oplevert. Elke dag je vrienden een like geven, je snapstreaks bijhouden, een instastory maken. We posten de dingen die mensen van ons verwachten, niet zo veel daarbuiten. Ik wil dat er in die wereld een goede portie onduidelijkheid komt. Dat we uit de regelmatigheid kunnen stappen.

Een vrijplaats is wat we nodig hebben. Met apps die Apple’s regels breken, gemaakt zijn door de kunstenaars zelf, op basis van een programmeercode die geen errors gaf.

Ik probeer niet de kunst te redden of zo. Ook jongeren nemen kunst tot zich, bijvoorbeeld op festivals waar steeds vaker ook kunst geprogrammeerd wordt. Maar onze wereld wordt de komende jaren vele malen digitaler. Het zou zonde zijn als er in die wereld geen kritische noot, geen reflectie, geen afwijkingen zijn. Alleen maar perfectie, nut en duidelijkheid. Dan worden we pas echt een halve robot.’


Sander Veenhof is AR-kunstenaar en bekend van zijn guerilla-expositie in het MoMA in New York. Daar is zijn expositie overigens nog altijd - via de telefoon - te bekijken.

Rens Lieman schrijft als freelance journalist voor Nederlandse kranten en tijdschriften zoals NRC, Esquire, Vrij Nederland en Het Parool. Inhoudelijke specialisatie: Uber en de platformeconomie, de invloed van algoritmes en technologie op de werkvloer.

rens@renslieman.nl / @renslieman

Vond je dit een goed artikel? Je hebt het gratis kunnen lezen, maar als je wilt, kun je er heel gemakkelijk iets voor betalen. Zo steun je mijn werk als freelance journalist en kan ik vaker artikelen op deze plek gratis aanbieden 👊.