5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

Gezamenlijk en vol trots naar een nieuw jubileum

tekst: Rens Lieman, FNV Horecabond   |    fotografie: bass_nroll/Flickr via Photopin

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

custom publishing, interview

In verband met het jubileum van FNV Horecabond leidde ik een discussie over de toekomst van de vakbond. Ik werkte het gesprek uit tot een artikel dat geplaatst is in een speciale jubileumuitgave.

110 jaar lang zet FNV Horecabond zich al in voor een nog veel oudere beroepssector: de horeca. In deze sector is veel veranderd. FNV Horecabond staat voor de vraag op wie ze zich zullen richten de komende tien jaar. Op het individu, waar er volgens sociologen steeds meer van zijn in Nederland, of op de ‘teamplayer’, die zich onderdeel voelt van een hele groep ‘trotse beroepsbeoefenaars’? Welke koers gaat FNV Horecabond varen de komende jaren? (FNV Horecabond, mei 2011)

Aan de Oudegracht in Utrecht werd een voorzichtige aanzet gedaan deze koers te bepalen. Aan tafel schoven horecaonderneemster Ingrid van Eeghem, eigenaresse van restaurant de Karpendonkse Hoeve, en Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met FNV Horecabond-voorzitter Ben Francooy brainstormden zij over de zaken die de Horecabond bezighouden: meegaan met een veranderlijke sector, de kwaliteit van de horeca én haar werknemers hoog houden, het belang
van de vakbond in het algemeen en natuurlijk de toekomst van de Horecabond. Maar voordat al deze onderwerpen aan bod kwamen, werd eerst met lichte weemoed teruggekeken op de geschiedenis van de sector en de vakbond. 

‘Of ik wel lid was van een vakbond, werd mij gevraagd toen ik als zestienjarige jongen kennismaakte met mijn collega’s van Hotel de Korenbeurs te Goes. En zo niet, waarom dan wel niet’, blikt Ben Francooy terug op zijn eerste dagen als leerling-kok. ‘Ik weet nog dat ik erop werd aangesproken. Kun je nagaan, op de eerste dag in een nieuw bedrijf deze vraag voor je kiezen. Ik wás gelukkig lid van de vakbond – ik kreeg van huis uit mee dat dat hoorde als je werkte – maar er waren ook nieuwelingen die moesten erkennen dat ze geen lid waren. Als ze dan na dit ‘verhoor’ van hun collega’s nog steeds geen aanstalten maakten, gebeurde het wel eens dat ze subtiel werden buitengesloten. Ongeloo ijk, maar zo ging dat in die tijd.’

’Dat is nu omgekeerd’, zegt Ingrid van Eeghem: ‘Waar de leden van een horecavakbond vroeger in de overgrote meerderheid waren, zijn het nu – in mijn zaak althans – de buitenbeentjes. Of eigenlijk moet ik dat anders zeggen: men weet het niet eens van elkaar. Pas als er pam etten over de vakbond worden uitgedeeld, wordt het soms onderling gepeild. Slechts een paar mensen blijken dan lid van de Horecabond, maar dat wordt ter kennisname aangenomen en men gaat weer verder met waar ze gebleven waren. Trouwens, eigenlijk vraag ik me af hoeveel horecawerknemers nu überhaupt wel weten dat er een vakbond bestaat. Er zijn er volgens mij genoeg die geen idee hebben!’


Dat er een aantal (vooral jongere) werknemers zijn die niet eens van het bestaan of de werkzaamheden van FNV Horecabond afweten, is inderdaad een van de punten waaraan gewerkt moet worden. Paul de Beer, die als hoogleraar arbeidsverhoudingen de Henri Polak-leerstoel bekleedt, herkent dit probleem. Hij geeft tevens aan dat de mensen die de FNV als vakcentrale wél kennen, soms een verkeerd beeld hebben.

Een imagoprobleem dus voor de vakbond, waar automatisch ook FNV Horecabond mee te maken heeft. Een van die imago’s is volgens De Beer het grijze-mannen-imago. Aan het FNV Horecabond-gebouw in Almere hangt een groot spandoek: ‘FNV Horecabond: 110 Jaar jong’. Dit is niet zomaar een slogan, de bond voelt zich daadwer- kelijk ook jong. Daarbij is een jonge geest ook noodzakelijk in een sector die constant verandert. Toch hebben mensen het idee dat een vakbond per de nitie door en voor oude grijze mannen bestuurd wordt. De Beer: ‘Toen bijvoorbeeld in 2004 bij de grote demonstraties op het Museumplein de FNV Vakcentrale zich inzette voor een beter pensioen, dachten al die mensen die dit beeld hadden: zie je wel, typisch zo’n onderwerp waar die grijze mannen mee te maken hebben. Wat mij betreft is het imago dat de vakbond heeft een algemeen probleem voor de FNV als vakcentrale. Hier moeten de bonden, dus óók FNV Horecabond vanaf zien te komen. Hoe je dit zou moeten realiseren is niet zo een-twee-drie te zeggen, maar je komt al snel terecht bij het belang van goede marketing.’

Francooy knikt instemmend en vult aan: ‘Er moet inderdaad meer gedaan worden aan onze marketing. We voeren hier dan ook al veel overleg over en er lopen in dit kader al allerlei projecten. Zo toeren we momenteel met campagneteams bestaande uit allemaal jonge mensen door het hele land. Zij gaan op zoek naar werknemers in horeca-, catering- en recreatiebedrijven, om hen te informeren over hun plichten en rechten en te vertellen waar we ons mee bezighouden. Ook maken we via onze website duidelijk dat we werknemers willen helpen. Een voorbeeld hiervan is ons forum, waar leden die ergens mee zitten in contact kunnen komen met vakgenoten die misschien wel hetzelfde hebben ervaren. Daarnaast bouwen we aan een netwerk voor onze website waar leden een soort recensie kunnen plaatsen over het bedrijf waar zij werken of hebben gewerkt. Zo helpen mensen elkaar bij het maken van een keuze voor een werkgever.’


Maar zelfs als het bestaan van een vakbond bekend is en het imago ook nog eens klopt, dan nog speelt de vraag: waarom zou je tegenwoordig als werknemer lid worden van een vakbond? De Beer: ‘Tegenwoordig wordt er vaak geroepen dat mensen persóónlijk beter moeten worden van een lidmaatschap bij de vakbond. Maar als er altijd zo’n puur individualistisch motief had overheerst, was er nooit ook maar één vakbond ontstaan. Eigenbelang is wel degelijk belangrijk, maar het gaat ook om het gevoel dat je samen sterk staat. Samen een vuist kan maken. Blijkbaar was men zich hier in de vorige eeuw al van bewust.'

'Ik ben eigenlijk van mening dat er 110 jaar later niet eens zoveel veranderd is op dit gebied. Men spreekt over de geïndividu- aliseerde burger, die bij alles de kosten en baten voor zichzelf afweegt, maar ik geloof daar niet zo in. Je eigenbelang is belangrijk en is ook een van de redenen om lid te worden, maar vormt een combinatie met het idee dat je je samen verenigt. Aan dat groepsgevoel moet de vakbond meer aandacht besteden. Het klinkt misschien wat gek, maar kijk naar het Nederlands elftal! Welke fan wordt er nu persoonlijk echt beter van als het Nederlands elftal door is naar een volgende ronde? Volgens mij niemand, het gaat puur om het groepsgevoel.’


Trots vormt hierbij een belangrijke rol, zo concluderen Van Eeghem, Francooy en De Beer gezamenlijk terwijl er een nieuw zomers witbiertje wordt geserveerd. Trots op het feit dat je werkt in de horeca. Ook daar zet FNV Horecabond zich voor in. Francooy: ‘De kwaliteit in de sector moet hoog blijven. Hier dragen wij als vakbond ink aan bij door bijvoorbeeld veel aandacht te besteden aan (bij)scholing van werknemers in de horeca-, catering- of recreatiesector. Vakbekwaam personeel is een vereiste voor de kwaliteit van de sector. Als de horeca een reputatie heeft van een kwalitatief goede sector, dan zijn de mensen die hierin werkzaam zijn trots dat ze bij deze beroepsgroep horen. FNV Horecabond zet zich in om het niveau in de drie sectoren hoog te houden, heeft een schat aan kennis en ervaring en zorgt ervoor dat het personeel goed opgeleid is en blijft. De trotse werknemer zal zich hier hopelijk in herkennen, en zich thuis voelen bij een club als de Horecabond’, besluit Francooy.

Daarnaast is het belangrijk waardering te hebben voor je eigen werkzaamheden, vindt Van Eeghem, die dit haar werknemers op een originele manier laat inzien: ‘Wij hebben in de boekenkast in onze zaak een boek van Albert L. Mok staan. Dienen als beroep heet het, geschreven in de jaren zestig. Het is echt grappig om te lezen hoe er toen tegen het beroep van een kelner werd aangekeken. Zo staat er: ‘De stille tijden in het bedrijf zijn voor de kelner een kwelling. Een kelner is zonder gasten incompleet en nutteloos.’ Een andere passage: ‘Mijn vrouw weet nooit van tevoren wanneer ik thuis kom. Dit kweekt wantrouwen, hetgeen het huwelijksleven niet ten goede komt.’ Een leuk boek om te lezen, terwijl het tegelijkertijd triest is te merken hoe men toen met ons vak omging! Ik lees dit soort passages wel eens voor aan mijn werknemers, juist omdat het zo’n grauw beeld geeft van het werk waar zij op dat moment ook mee bezig zijn. Op deze manier laat ik ze het contrast zien met vroeger.’


Als het gesprek in Utrecht op zijn einde loopt, rijst de onvermijdelijke vraag: hoe nu verder? FNV Horecabond is slechts vijftien jaar verwijderd van een nieuw jubileum. Wat gaan zij eraan bijdragen dat deze jaren leuke, uitdagende en boeiende horecajaren worden? Hoe blijven zij nieuwe leden werven in een sector die zo veranderlijk is als deze? Volgens Francooy is dat laatste geen doel op zich. Hij legt uit: ‘Natuurlijk is het werven en behouden van leden belangrijk. Zonder een grote achterban die je steunt, heb je immers niets te zeggen als vakbond. Maar als je je alleen maar richt op je ledenaantal ga je aan het doel voorbij. FNV Horecabond heeft een duidelijke missie, die op vier pijlers staat: arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, beroepsonderwijs en pensioen. Deze proberen wij allemaal op een zo optimaal mogelijk niveau te brengen en te houden. Dagelijks houden wij ons hiermee bezig en dat blijven we ook in de toekomst doen.’

‘Kijkend naar de afgelopen 110 jaar hebben wij als vakbond een hoop bereikt maar daarmee is ons werk nog lang niet af. Tege- lijkertijd zie je namelijk dat een heleboel zaken die gerealiseerd zijn, weer onder druk staan. Een goed pensioen bijvoorbeeld, of de discussie over de AOW, het ziekengeld of het ontslagrecht. FNV Horecabond zet zich in om ervoor te zorgen dat de eerder behaalde resultaten niet zomaar van tafel worden geveegd. Zo blijven we ook de nieuwe generatie goed van dienst. Een vereiste hiervoor is dat FNV Horecabond meegaat met de veranderingen die de drie sectoren meemaken. Nieuwe wegen bewandelen om met hen in contact te komen en ook te blijven. Andere prioriteiten stellen. Constant jezelf als vakbond blijven vernieuwen: dat is voor ons een doorlopende taak. Het is de kern van ons bestaansrecht en dat zal nooit veranderen.’

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer custom publishing, interview