5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

Wat is er toch allemaal gebeurd met Arjen Lubach?

tekst: Rens Lieman, Esquire   |    fotografie: Casper Rila

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

april 2015

tekst

Rens Lieman

fotografie

Casper Rila

leestijd

14 minuten

Jarenlang wachtte presentator en schrijver Arjen Lubach op iets, al wist hij niet precies op wat. Toen bleek het al gearriveerd. (Esquire, april 2015)

Toen Arjen Lubach (Lutjegast, 1979) nog geen presentator van een satirische nieuwsshow was, nog geen romanschrijver, muziekproducent, top 40-zanger en Slimste Mens, maar nog gewoon een dolende Groninger student, zoekend naar de zin van het leven, was hij taxichauffeur. Met een beetje fantasie kun je dat de voorbode van al zijn creatieve uitspattingen van de laatste tijd noemen. Met elke passagier die instapte, mat Lubach zichzelf een nieuw personage aan. Dan weer was hij een Ier op reis door Europa, dan weer een hartstochtelijke Spaanse muzikant. En er was meer vermaak: ‘Er was een dement vrouwtje die ik elke week in de taxi kreeg. Elke rit maakte ze dezelfde observaties op exact dezelfde momenten. Dus op een gegeven moment maakte ík die, vlak voordat zei iets kon zeggen. “Goh wat een mooie huizen daar, ziet u dat?” “Oh ja, prachtig, wat goed dat u dat ook opvalt!”’

Wat flauw, zeg.
‘Ja vreselijk natuurlijk, maar ja, je moet wat.’

Waarom werd je taxichauffeur?
‘Ik was net vroegtijdig gestopt met mijn studie. Ik moest geld verdienen, maar wilde voorkomen dat ik zou blijven hangen in een bijbaantje. Daarom wilde ik iets doen waar ik bang voor was en taxi rijden leek me doodeng. Ik had nog maar net een rijbewijs en zou in een nieuwe Mercedes rijden die niet van mij was. Maar het was me vooral om de mensen te doen: elke keer nieuwe mensen waar je mee moet praten - klootzakken, misschien ook wel. Het bleek vooral gewoon saai. Om dat te bestrijden verzon ik die personages.’

Je begon daarna een tweede en derde studie, die je ook niet afmaakte. Studeerde je omdat het nu eenmaal de bedoeling was?
‘Ja. Het werd verwacht van mij en mijn broers, maar ik heb er destijds niet eens over nagedacht. Studeren was zo vanzelfsprekend, dat ik het ook maar deed. Ik begon met Romaanse talen en culturen, totdat ik merkte dat mijn klasgenoten Spaanse vlaggen en zo boven hun bed hadden hangen. Ik zag die hele studie meer als een taalcursusje, een weg naar een propedeuse zodat ik een studie Internationale Betrekkingen kon beginnen. Daarna heb ik Zweeds en filosofie gestudeerd, maar het was meer de tijd doorkomen.’

De tijd doorkomen tot wat?
‘Ik wachtte op iets. Op iemand, op een ontmoeting, een reis; ik wist ook niet wat precies. Daarom ging ik er ook niet actief naar op zoek, maar ik was er van overtuigd dat het zou komen.’


Esquire spreekt Lubach voorafgaand aan het tweede seizoen van VPRO’s Zondag met Lubach. Lubach is schrijver en presentator. Naar Amerikaans voorbeeld neemt hij als een nieuwslezer, goed in pak en achter een desk, het Nederlandse nieuws op satirische wijze door. Dat pak was belangrijk, trouwens. ‘De stylist vroeg nog of ik niet liever een meer Nederlandse stijl wilde, blazer met een t-shirt, maar dat vond ik zo’n slappe middenweg. Goed pak, goede das en vooral goede schoenen.’ Vandaag draagt hij een zwarte longsleeve met spijkerbroek, en een - onbewuste - driedagenbaard. De molen van Zondag met Lubach is nog niet gaan draaien, Lubach kan nog ‘zondigen’, zegt hij. Afspreken met vrienden, uitslapen tot negen uur en in plaats van twee, vier biertjes drinken. Straks (nu, bij het verschijnen van deze Esquire) zondert Lubach zich weer af van vrienden en verleidingen.

Vóór het eerste seizoen deed Lubach een rondgang langs de Amerikaanse satirische nieuwsshows. De kunst afkijken. In interviews temperde hij daarna keer op keer de verwachtingen voor zijn eigen Nederlandse uitvoering. Er zou te weinig budget zijn om het net zo goed te doen als de grootheden in dit genre: John Stewart, John Oliver. Stephen Colbert. Toch werd het eerste seizoen wel degelijk een succes, getuige de vier- en vijfsterrenrecensies in de kranten.

Vond je het zelf ook een succes?
‘We zijn heel blij met hoe het is gegaan. De kijkcijfers kunnen beter maar de recensies en reacties waren goed. Dus ja, wij zien het wel als een succes, zeker gezien de middelen en de verwachtingen. Aan de andere kant: Stephen Colbert stopte in november na ruim duizend uitzendingen. Wij hebben er tot op heden acht gemaakt.’

Op welk moment voelde jij dat het goed zat?
‘Na de derde aflevering schreef NRC-recensent Hans Beerekamp dat het programma “staat als een huis”. Het was “gelukt”. Toen waren we echt trots, al dachten we zelf op dat moment nog helemaal niet in termen van mislukken en lukken. Eerder: er moet nog een graphicje gerenderd worden.’

Foto: Casper Rila

Je trok je dus wel degelijk wat aan van recensies en reacties van de buitenwereld.
‘Natuurlijk. We maken dit niet voor onszelf. Iedereen die op een podium staat, met z’n hoofd op tv komt, met z’n boek in de boekhandel ligt, hoopt dat er een wereld buiten is die daar iets mee kan.’

Ben jij de baas, creatief gezien?
‘Ja, ik ben de baas. Er is natuurlijk een eindredacteur, een hele goede zelfs, maar het is mijn hoofd in beeld, mijn naam in de titel, mijn reputatie, mijn kans - mijn énige kans. Als ik het opfuck ga ik nergens anders meer een late night krijgen.’

Speelde dat ook allemaal door je hoofd voordat je hieraan begon?
‘Het is wel eng, ja. Maar ik mag er niet te onzeker over zijn. Als ik namelijk al niet in mijzelf geloof en niet in deze opzet, dan gaat niemand het doen.’

Dat is de rationele kijk op de zaken.
‘Dat klopt. Voor de eerste opname stond ik gerust ook wel te trillen achter het gordijn. Maar dat heb ik altijd in theater. De angst is gewoon nooit zo groot geweest dat ik het vertrouwen verloor.’

Je werkte hiervoor ook mee aan De Nieuwste Show. Dat mislukte, zoals veel satire op de Nederlandse televisie is mislukt. Waarom is het zo moeilijk?
‘Kijk eens naar het medialandschap in Amerika: nieuwszenders zijn ingericht op een gebeurtenis als 9/11. 24 uur per dag nieuws. Maar als er geen ramp of verkiezing is, moet die zendtijd ook gevuld worden. Daarom zijn omroepen gaan polariseren. En als de een van Obama houdt en de ander hem haat, gaan mensen rare dingen zeggen, waar een satirische nieuwsshow iets mee kan. Wij hebben dat niet. Zelfs de politiek is niet echt gepolariseerd. Er blijft natuurlijk genoeg nieuws om iets mee te doen, maar je moet het in andere dingen zoeken. In een nieuwtje over zorgverzekeringen, bijvoorbeeld. Het is gebleken dat daar ook iets van te maken valt waar mensen om moeten lachen.’


Het eerste seizoen Zondag met Lubach bleef voor de buitenwereld niet onopgemerkt: het drone-filmpje van het Torentje (in Madurodam, bleek later) zorgde voor ophef en een onderzoek van de RVD; een tirade over homeopathie kreeg online veel bijval; het zorgverzekeringen-item werd genoemd in de Tweede Kamer; zelfs een pop genaamd Salamander Klöpping geniet nationale bekendheid. Minder massaal geliked, maar zeker geestig: de home made video waarin Arjen Lubach een Q&A doet met Twitteraars (‘Hoe wil je dat je kinderen je later zien?’ - ‘Als hun vader.’). Daarvoor waren Lubachs grappen zo mogelijk nog bekender, al zal niet iedereen weten dat dat - mede - zijn hersenkronkels waren. Hij maakte samen met vriendin Janine Abbring Jelle, een parodie op Eminem’s Stan, verzorgde met Edo Schoonbeek wekelijks Koefnoens ‘rapservice’ en maakte samen met Schoonbeek en  Pieter Jouke Lucky TV-achtige filmpjes met Buro Renkema - al moet je dat laatste omgekeerd zien.

Wat is de huidige staat van Nederlandse humor?
‘Iedereen is komiek geworden. Dat komt omdat iedereen kan produceren en verspreiden. Na een grote nieuwsgebeurtenis gaan er vijfhonderd mensen met Photoshop aan de slag. De kans is groot dat daar vijf leuke grappen tussen zitten die viraal gaan. Prima. De eerste batch grappen is dan al op het internet gemaakt. Wij moeten dieper gaan, in de tweede laag komen. Wat dat is? Nog grappiger zijn, maar vooral: origineler. Humor is weer een ambacht geworden. Het kunnen alleen, een raar hoedje op Mark Rutte Photoshoppen, is niet genoeg meer.’

Die eerste batch grappen zijn vooral foto- en video-fucks?
‘Ja. Grappig, eigenlijk. Want dat deden we jaren geleden al met Buro Renkema. Toen was het écht nieuw. Een culthit.’

Wanneer wist je dat je grappig was?
‘Dat is geleidelijk gegaan, en eigenlijk geloof ik nog steeds niet dat ik daar mijn geld mee verdien. Maar ik denk dat ik op school wel door begon te krijgen dat ik grappig was. In de brugklas, toen ik een satirisch liedje schreef over mijn leraar Latijn - of zoiets, ik weet niet eens meer waar het over ging, maar mijn klasgenoten stuurden het allemaal naar elkaar door. Maar ja, er waren wel meer mensen grappig in de klas. Toen ik ging studeren wist ik ook nog niet dat humor mijn roeping was. Dat besefte ik pas toen ik dat liedje met Janine maakte.’

Jelle, de zogenaamd Friese parodie op Stan. Het wordt je doorbraak genoemd.
‘Het stomme is dat als dít mijn doorbraak is, en je er nu naar luistert, dan denk je toch wel: Gut gut, was dit het nu helemaal? Het is natuurlijk niet mijn artistieke doorbraak, als wel een bewijs dat ik met een grappig liedje, met humor, ergens zou kunnen komen. Dat had ik daarvoor nog niet door. Ik wist niet eens dat er een kleinkunstacademie was - had ik eigenlijk best naar toe gewild.’

Hoe is Jelle tot stand gekomen?
‘Ik reed met Janine in haar kleine Peugeootje naar Kopenhagen. Ze had maar één cd in de auto, die van Eminem, met Stan erop. Nadat we dat nummer honderd keer gehoord hadden, begon ik het woordelijk mee te rappen en zij de tekst van Dido te zingen. Een week later moest ik iets afzeggen dat ik met Janine had afgesproken, en heb ik mij rappend op de melodie van Stan verontschuldigd. Op haar initiatief hebben we wat later, bij haar thuis met een fles wijn, in één avond die parodie gemaakt.’

Janine vertelde dat jullie van de opbrengsten van dat nummer ‘goed geleefd’ hebben. Hoe?
‘Een platenlabel bracht het uit en het nummer kwam in de top-40. Daarmee kwamen de optredens: de Hitkrantdag, Bob’s Saloon, Koffietijd… Vijfduizend gulden voor twintig minuten, soms drie optredens op een avond. Plus de vijftigduizend gulden voorschot die we van de platenmaatschappij hadden gekregen. Allemaal iets dat we in een avond met een Blokker-microfontje en CoolEdit hadden opgenomen. Het was zulke onzin, dat we dat geld ook niet meer serieus konden nemen. Dus pakten we taxi’s als we ergens heen moesten, sliepen we in dure hotels en betaalden we etentjes met vrienden - flessen wijn aanrukken, ja hoor, pinnen, hop.’


Jelle was zonder dat hij dat wist datgene waar Lubach op zat te wachten in zijn studententijd. Hij begon cabaret te maken met de improvisatiegroep Op Sterk Water en verhuisde naar Hilversum. Hij had bedacht bij de radio te willen werken, en dit leek hem ‘de beste eerste stap om dat voor elkaar te krijgen.’ Drie maanden later werd hij sidekick van Claudia de Breij en later ook bij Giel Beelen. Met Tim Kamps samen (en niemand anders - desondanks opererend als ‘trio’) begon Lubach in 2009 met Het Monica da Silva-trio, een theatervoorstelling vol improvisatie en komische liedjes (YouTube bijvoorbeeld eens Philip Freriks ik ben je bitch niet).

Al dat hier reeds genoemd is en meer, volgde. Tussendoor werkte hij aan romans, Lubach schrijft al al sinds zijn studententijd. Zijn debuutroman Mensen die ik ken die mijn moeder kende werd in 2006 uitgeven. Daarna volgde Bastaardsuiker en het veelgeprezen Magnus, dat de Dioraphte Jongerenliteratuur publieksprijs won. In 2013 verscheen zijn eerste thriller: IV.

Wat is de charme van schrijven?
‘Nou, in ieder geval niet naar jezelf kijken en denken [Lubach zet zware stem op]: “Zo, daar zit-ie dan. De schrijver. Z’n boek te schrijven.” Dat werkt niet en zo is het niet. De charme is dat schrijven voor mij een manier is om met de werkelijkheid om te gaan. Dit gaat zweverig klinken, maar de wereld is zo groot en indrukwekkend - letterlijk - dat ik het haast niet kan vatten tot iets draaglijks. Als ik schrijf, creëer ik een wereld die ik wel kan vatten en waar ik invloed op heb. Dat vind ik er prettig aan.’

In Magnus wil hoofdpersoon Merlijn liever aan de zijlijn toekijken dan deelnemen aan de wereld. Jij ook?
‘Zo heb ik mij wel lang gevoeld, ja. Vooral in mijn studententijd.’

Was dat niet ook de periode dat je van het geloof afviel?
‘Dat is in fases gebeurd en duurde wel een poosje. Eerst ga je twijfelen, dan moet je jezelf overtuigen, het je vader vertellen, realiseren dat het leven zinloos is, daar mee leren omgaan... Het begon al op mijn dertiende. Een paar jaar later werd ik fan van Jim Morrison en Nirvana, liet ik mijn haar groeien, speelde ik gitaar en wilde ik het liefst elke dag dronken zijn. Op je negentiende merk je dan dat dat het ook niet helemaal is, en begin je te studeren. Ik begon filosofen te lezen, en te bouwen aan wat ik wel belangrijk vond.’

Namelijk?
‘Dat je binnen dat zinloze leven er best een aardig leven van kan maken maar dat je dat zelf in de hand hebt. Wij atheïsten hebben maar één leven, dat maakt dit leven des te belangrijker.’

Is het redelijk om te veronderstellen dat het overlijden van je moeder iets met je nieuwe levensvragen te maken had?
‘Het heeft iets in gang gezet. Versneld, misschien. Sommige vragen zijn eerder beantwoord, maar ik denk dat de vragen sowieso gekomen waren. Ik was dertien toen mijn moeder overleed, dat is ook een leeftijd waarop je de wereld begint te leren kennen. Je gaat naar de middelbare school, in mijn geval naar de grote stad, je kijkt naar het gewone journaal in plaats van het jeugdjournaal, je ziet meer kwaad in de wereld… [Lubach gaat rechtop zitten. De voeten zouden straks weer op de stoel voor hem rusten, nu nog niet.] Dan ga je je afvragen wat de mensen die vermoord worden misdaan hebben. Wat mijn familie misdaan heeft. Of die miljarden mensen die iets anders geloven ook doomed zijn. Waarom God niets aan het kwaad doet wat jij op tv ziet, terwijl Hij toch alles weet en alles kan en niets dan goeds in zich heeft. Argumenten gaan niet meer op dat Hij nu eenmaal niet al het kwaad kan bestrijden (maar dan is Hij niet almachtig!), of dat Hij ons aan het testen is (maar dan is Hij niet alwetend want als Hij alles al over ons weet hoeft Hij ons niet te testen).’

‘Nou, dat allemaal maalde toen in mijn hoofd. Zuivere, logische inconsistenties die het huidige vorm van Christelijk geloof al bijna onmogelijk maken - ridicuul. Een atheïst als ik heeft ook genoeg vragen over hoe de wereld in elkaar steekt, maar ik vul ze niet in met een godsbeeld dat tweeduizend jaar geleden is ontstaan toen de wereld nog donker was en we niks wisten. Ik snap niet dat mensen waarmee je een bepaalde logica deelt over zaken als de zwaartekracht en hoe de zon opkomt en weer ondergaat en zo, dat die dan die hele grote stap nemen naar geloven in een Christelijke god.’

Je broer zei in de Volkskrant dat je ten aanzien van religie kwader bent geworden, na het overlijden van je moeder. Bedoelt hij dit?
‘Ja dat zei hij hè? Ik weet het niet. Ik denk hij inderdaad op mijn agressieve, autistische benadering van dit onderwerp doelt. Je kunt een debat over het geloof voeren met zalvende argumenten, of je zoekt de confrontatie, zoals ik. Ik word net als ieder ander kwaad over wat er in Parijs is gebeurd, of hoe een moordende IS-strijder in naam van een of ander godsbeeld levens verwoest, maar ik ben dan zo’n principiële klootzaak die verder gaat en zegt dat alle vormen van religie verwerpelijk zijn.’

Foto: Casper Rila


‘Dus, dat,’ besluit Lubach. Hij zucht. Niet omdat hij moe is gediscussieerd, eerder om weer terug te schakelen tot een normaal gesprekstempo. Hij mag dan liever toeschouwer zijn dan deelnemer, hij doet wel degelijk mee aan de wereld. Soms wordt hij daar aan herinnert, als hij onrustig wordt om iets basaals als een retweet, ‘want ook ik wil gewoon geretweet worden’. Hij doet mee omdat hij zoveel produceert in zoveel verschillende disciplines . Weliswaar hebben ze allemaal iets met elkaar te maken (de grootste gemeenschappelijke deler: taal), het neemt stuk voor stuk tijd in beslag. Hij was reeds begonnen aan een nieuw boek, maar het schrijfproces is nu even gestaakt omdat Zondag met Lubach weer begint. Het is niet erg, hij pakt het later wel weer op. Kiezen wil hij niet en hoeft ook niet, het is voor hem één en het zelfde. ‘En een goede timmerman vraag je ook niet om minder te timmeren.’

Je vader had weinig vertrouwen in je ambitie te schrijven. Hoe kijkt hij nu naar je?
‘Heel trots. Hij had overigens ook gelijk, je brood verdienen met schrijven is erg moeilijk. Maar nu hij me dit allemaal ziet doen, zegt hij: “Jeetje, jongen, wat is er toch allemaal gebeurd.”

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer grote interviews