5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

Jim Taihuttu: de wolf is los

Alles waar Taihuttu zijn tanden in zet, wordt een succes. Nu is daar zijn nieuwe film, Wolf. Maar succes is beangstigend.

tekst: Rens Lieman, Esquire   |    fotografie: Mark Groeneveld | Esquire, september 2010

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

september 2010

tekst

Rens Lieman

fotografie

Mark Groeneveld

leestijd

15 minuten

Zomer 2013, filmhuis Eye, Amsterdam. Jim Taihuttu (32) staat voor het bioscoopscherm waarop straks La Haine vertoond wordt, de Franstalige zwart/wit-film uit 1995 van Mathieu Kassovitz over een groep vrienden die rellen met de Parijse politie. Taihuttu, korte broek, wit T-shirt van Yellow Claw, zwarte pet van Patta, is gevraagd een inleidend praatje te houden bij de film. Hij werd gevraagd omdat hij de prijzenwinnende film Rabat regisseerde (en zelf financierde). Voor die tijd was de oprichting van reclamebureau Habbekrats zijn grootste claim to fame.

Hij vindt het zelf ‘nogal random’ dat hij daar staat, maar hij wil best vertellen dat hij zich door La Haine voor het eerst realiseerde 'dat een film niet per se over robots en schieten hoeft te gaan'. Dat het ook gewoon kan gaan over het leven van drie jongens.

Taihuttu wil nog iets laten zien, iets wat nog niet eerder is vertoond: de trailer van zijn nieuwe film, Wolf. Het is na Rabat zijn tweede bioscoopfilm. Dat betekent dat er nu echt iets verwacht wordt van de jonge filmmaker. Eén ding over de trailer wil hij nog even kwijt. De distributeur wiens logo in het begin getoond wordt, zijn ‘backstabbers van de bovenste plank’. (Lumière is op het laatste moment uitgestapt, Wolf als bedrijf ging bijna failliet.) Oh, en eigenlijk mag hij de trailer niet laten zien in Eye omdat hij een exclusiviteitsdeal heeft gesloten met een grote bioscoopketen. ‘Maar fuck it. Komt-ie.’


Jim Taihuttu gelooft pas iets als hij het ziet. Een film is pas in de maak als de eerste draaidag is geweest. Een dj-boeking pas cool als de club gevuld is. Hij heeft zijn portie teleurstellingen wel gehad en is voorzichtig geworden. Voor alles is een plan B. Maar alles wat hij nu doet – films maken, reclamecampagnes bedenken, optreden met het dj-collectief Yellow Claw – gaat juist goed. Rabat was een doorslaand succes, Wolf belooft dat te worden. Yellow Claw is voor een Amerika-tour geboekt. En hij is vader geworden van een zoon: Wolf.

Het is niet zo dat Taihuttu heel behoedzaam door het leven gaat. Integendeel: ‘live by the gun, die by the gun’, is zijn motto. Hij is simpelweg berekenend geworden. Dat heeft hij geleerd van Rabat, de (zeer) low budget road movie met in de hoofdrol Nasrdin Dchar. De film schudde de Nederlandse filmwereld flink door elkaar. Omdat zeventigduizend man ervoor naar de bioscoop ging, omdat Dchar voor zijn rol een Gouden Kalf won (en een geladen speech gaf bij de uitreiking), maar vooral omdat de film zonder subsidie gemaakt is door een stel jonge honden met een Canon 5D spiegelreflexcamera.

Taihuttu schreef en regisseerde de film samen met vriend Victor Ponten, met wie hij ook reclamebureau en productiehuis Habbekrats had opgericht. Toen ze met het script langs gingen bij filmfondsen, bleven de deuren overal dicht. Een jaar later, toen Taihuttu met de plannen voor zijn nieuwe film Wolf langs ging, gingen ze overal open. En dan gaat het Taihuttu wat te gemakkelijk

‘Omdat Rabat zo goed viel, kregen we een vrijbrief om te maken wat we wilden. Je weet nooit wanneer je zo’n kans weer krijgt, óf je hem ooit nog krijgt, dus dacht ik: fuck it, dan gaan we er head first in. Mensen verwachten een soort Rabat 2, dus wilde ik Wolf zo hard en bruut mogelijk maken. Het verhaal is ook een stuk heftiger: over een kickbokser die in de harde criminaliteit terecht komt. Bij zo’n rauwe film past kleur niet, dus schoten we in zwart-wit. Dat doe je normaal gesproken niet, er zitten grote risico’s aan. Distributeurs durven het niet aan, financiers vinden het eng en het publiek zal aarzelend zijn. Maar wij hadden nu juist te horen gekregen: “Oké Habbekrats, jullie denken het zo goed te weten, doe maar.” Dan moet ik het doen.’


'Sommige mensen slapen door het leven,’ zegt Taihuttu een paar weken later in Stanislavski, het café in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Het is tien uur ’s ochtends en hij bestelt zijn gebruikelijke ontbijt, roerei met extra kaas. Hij slaapt blijkbaar niet door het leven. Naast het maken van films, maakt hij muziek met Yellow Claw, een collectief bestaande uit dj’s Nizzle (Nils Rondhuis), Jim Aasgier (Jim Taihuttu) en MC Bizzey (Leo Roelandschap). 

We zijn echt de saaiste rocksterren ooit. We drinken niet, we gaan niet naar afterparty’s... Na een optreden gaan we naar huis. Slapen.

Vorig jaar is het succes van Yellow Claw ‘ontploft’ toen ze samen met Mr. Polska een hit hadden: Krokobil. ('Jouw bil is een krokodil - Hap, hap in je krokobil.') Weer maakte Taihuttu zich zorgen. Hij wilde geen feestcafé-act worden. De volgende track, Nooit meer slapen, werd ‘hard en grof ’. (Overigens was de hit vóór KrokobilAllermooiste feestje, ook allerminst fijnzinnig. In de clip wordt een dames hockeyteam effectief van kant gemaakt. We zien honkbalknuppels, Taihuttu met een Kalashnikov en, welja, een hockeymeisje levend begraven worden.) De nieuwste hit is Thunder, samen met The Opposites.

Yellow Claw is definitief ‘aan’. Momenteel toeren ze door Amerika, een drukke zomertour langs de populaire kustplaatsen is net achter de rug. Taihuttu: ‘De truc is gezond leven. We moeten echt de saaiste rocksterren ever zijn. We drinken niet, we doen geen drugs, we gaan niet naar afterparty’s. Na een optreden gaan we naar huis. Slapen. De volgende dag moet er gewerkt worden. We plannen meetings. Met vergaderpunten en alles. We doen administratie. Ik heb nu ook hier met jou om tien uur afgesproken, toch? Als ik echt cool was, zou ik een uur te laat komen, een kater hebben en stinken. Ik ken veel dj’s die een zombiebestaan leiden. Maar omdat je van twee nachten per week royaal kúnt leven, betekent het niet dat je dat ook moet doen.’

Dus dat bedoelt Taihuttu met ‘slapen door het leven’. Dat, maar ook nog iets anders. In Rabat barst de bom tussen drie vrienden die een plan hebben een eigen zaak te beginnen, maar zich er niet toe zetten. Een van hen, Nadir, het personage dat door Dchar wordt gespeeld, wordt boos omdat zijn vrienden alleen maar onzinnige dingen willen doen, in plaats van dat ze iets van hun leven maken. Die gevoelens komen rechtstreeks bij Taihuttu vandaan.

‘Ik ben vaak die vriend geweest die niet mee uitging, niet ging chillen als zijn vrienden hem belden. Ja, hé, ik probeer de iets te maken van mijn leven. Op een gegeven moment moet je kiezen wat je wil. Ik was met school bezig, of filmpjes aan het maken - in ieder geval met iets wat later wél iets op zou kunnen leveren. Je moet hard werken om iets van je leven te maken. Het stond niet in de kaarten voor een jongen uit mijn buurt om hier met jou over successen te praten.’


Jim Taihuttu groeide op in een flat in een Venlose volkswijk. Inmiddels zijn de flats gesloopt, maar toen omringden vier flats een grasveldje waarop gevoetbald werd. Het verzamelpunt van de buurt. Moeders, die van Taihuttu incluis, riepen hun kinderen vanaf het balkon als het eten op tafel stond. De flats zaten vol met eerste generatie arbeidsimmigranten en hun kinderen (Taihuttu’s grootvader kwam van de Molukken). Taihuttu: ‘Die kids wisten niets van Nederland, hun ouders evenmin. En op onze beurt wisten wij niets van hen, onze buren.’

Taihuttu vertelt verder: ‘Er was een levendige, grijze economie. In Venlo zitten al die transportbedrijven. Ik herinner mij iemand die vanuit zijn garage elke week variërende handelswaar verkocht dat van de vrachtwagen was gevallen. Liepen ineens alle kids uit de buurt in Levi’s 501 spijkerbroeken. Een week later had iedereen een Rucanor trainingspak. Er was ook veel drugshandel, zoals in elke grensstad. In de kelderboxen van de flat woonden junks, ik rook ze in het portiek. Ik was er bang voor, wilde het niet zien. Als ik thuis kwam van school, rende ik altijd snel naar boven.'

Taihuttu tijdens de opnames van Wolf. Foto: Habbekrats

‘De buurt stond altijd op scherp. Mensen woonden dicht op elkaar, hadden het niet breed. In veel huizen waren er constant spanningen. Kids moeten dat ergens op afreageren. Op de leraar op school, of op andere kidneren. Ik was een klein, dun jongetje, maar ik had nooit problemen. Dat kwam omdat ik goed kon voetballen en iedereen dus mijn vriend wilde zijn - ook de oudere jongens. Ik voetbalde mij een beetje door de gekte heen, denk ik. Misschien waren ze ook een beetje bang voor mijn vader, die nog jong was en eruit zag als een rocker. Hij was trouwens echt een muzikant.’

Binnen in huis luisterde Taihuttu met zijn vader naar Prince en Miles Davis, of keken ze films. Paris, Texas, bijvoorbeeld – zijn vader was een filmliefhebber. Toen Taihuttu voor het eerst zakgeld kreeg, huurde hij daar videofilms van. Aanvankelijk steeds dezelfde, Flight of the Navigator, vond-ie een toffe film. En hij keek veel tv. Alles op tv vond hij interessant.

Ik ben vaak die vriend geweest die niet mee uitging als zijn vrienden hem belden. Ja, hé, ik probeer de iets te maken van mijn leven.

Buiten leerde hij het reilen en zeilen van een multicultiwijk. Hij zag dat veel van de allochtonen geld spaarden voor een latere terugkeer naar het geboorteland. ‘Ze woonden hier met z’n tienen in een flat met twee slaapkamers, maar bouwden in Marokko of Turkije een enorm huis. Waar ze uiteindelijk nooit zouden gaan wonen trouwens, want ze aardden hier en kregen hier kinderen. Het geld dat ze nog hadden, verdampte. Ik werkte in een pizzeria met jongens die zich soms nog wel Marokkaan voelden. Een keer ben ik met ze mee geweest naar Marokko, met de auto. In Nederland, België, Frankrijk en Spanje ben je een stel Marokkanen in een Golf. In Marokko ben je een stel Hollanders in een Golf. Ze zijn daar geen Marokkanen meer, ze zijn toerist.’


Taihuttu wrijft in zijn ogen. Zijn capuchon van zijn zwarte Yellow Claw-hoody is over het hoofd getrokken. Het is een paar weken later, opnieuw ontbijt. ‘Ik heb niet geslapen, man. Die mixtape moest af. We hebben de hele nacht in de studio doorgewerkt. Nils is daar nu een paar uur op de bank aan het slapen en maakt hem zo af. Vanmiddag komt-ie online.’

Een mixtape is een lange track van aan elkaar gemixte nummers van Yellow Claw en samples van anderen. Taihuttu: ‘Mixtapes zijn belangrijk. Dit luisteren die kids voordat ze de kroeg in gaan, als ze op vakantie zijn.’

Elk kwartaal brengen ze er een uit, nummer zes komt vandaag online. In Eye, een paar weken geleden, vertelde Taihuttu nog dat hij ‘iets met Frans Bauer ging doen’. Dat klonk toen idioot, nu blijkt het een slimme zet. Ter inleiding en promotie van de mixtape had hij Bauer gevraagd een candle light remix (rustige, akoestische versie) van hun hit Thunder in te zingen. Bauer had geaarzeld, hij had nog nooit van Yellow Claw gehoord. Zijn zoon wel. Die haalde hem over, want Yellow Claw was cool.

In een paar uur werd een filmpje geschoten waarin Taihuttu achter de piano zit, Leo een champagnepiramide vol schenkt, Nils met decoratiedame achter een mengpaneel zit en Frans Bauer in glanzend zwart pak de eerste regels van Thunder zingt. Het contrast van een volkszanger met over de top gestijlde hiphoppers werkt zo goed, dat het filmpje viral gaat. #YellowClaw wordt trending en de mixtape wordt in vijf dagen 161.986 keer afgespeeld. Bauer krijgt in de supermarkt toegeroepen dat hij swag heeft.


Yellow Claw staat in dienst van het publiek, Wolf is voor Taihuttu zelf. Hij spreekt over een vonk die oversloeg voor het maken van films. ‘Het was op mijn eenentwintigste. Op die leeftijd bestaat tijd ineens niet meer. Dan stop je pas met iets als het klaar is, of als je merkt dat het nacht geworden is en je nog niet hebt gegeten.’

Taihuttu maakt in die tijd veel korte films met vrienden. Over alles wat hij maar bedenken kon. YouTube bijvoorbeeld eens Wolken #2, en zie hoe dat een oefening was voor Rabat. En hij ging als runner werken op sets. Hij heeft verkeer tegengehouden, nachten op hoogwerkers gestaan, acteurs gechauffeurd en Eddy Terstall vermaakt door in de pauzes van de opnames van Simon een balletje te trappen.

‘Door op die sets te staan, leer je hoe de mini-maatschappij van een film eruit ziet. Hoe fucking clichématig ook: het is een klokwerk en elk schroefje is van belang. Je leert ook hoe láng alles duurt.’ Eenmaal thuis ging Taihuttu weer films kijken. Met een analytische blik, nu. Elke interessante scene werd gepauzeerd, ontleed en beschreven in een tijdlijn zodat hij kon leren over de structuur van films. Het oude werk van Scorsese (Taxi Driver, Mean Streets), de films van Refn (PusherDrive), Un Prophète van Jacques Audiard; die vond hij het indrukwekkendst. Rauwe, ongepolijste films die iets zeggen over de mensen in hun tijd. Zo moest Wolf ook worden.

Wolf is door Taihuttu geschreven en geregisseerd. Hij vroeg opnieuw Marwan Kenzari en Nasrdin Dchar, die beiden ook in Rabat speelden. En hij wilde Bo Maerten, 'omdat ze nog niet in het toneelschoolkeurslijf was gegoten'.

Van Jacques Audiard had hij geleerd streng te zijn op de set, dus dat werd hij. Verzorgend, maar streng. ‘Gezelligheid is leuk, maar als ik twee weken later in de montagekamer zit heb ik niets aan die gezelligheid.’ Er was nog iets waar Taihuttu voor waakte: ‘In Rabat waren we op pad en kon niemand naar huis, dat zorgde voor een goede focus, een goede vibe. Ik wilde dat iedereen bij Wolf ook in die creative bubbel zou blijven. Niet dat ze aan het eind van draaidag al bezig waren met naar huis gaan. Zich zouden bedenken dat ze straks nog de vuilnis buiten moeten zetten, rekeningen moeten betalen. Daarom heeft de kerngroep anderhalve maand geslapen in de wijk waar we filmden, Kanaleneiland, in Utrecht.’

Taihuttu tijdens de opnames van Wolf. Foto: Habbekrats


De laatste keer dat Esquire Taihuttu treft is het vlak voor zijn vakantie (‘weekje bijbruinen voor de première’). Hij wil een foto laten zien van zijn negen maanden oude zoon Wolf, maar daarvoor moet hij eerst door foto’s van halfnaaktevrouwen scrollen.

‘Een vriend van mij is in Tokyo een clip voor ons aan het draaien met twee fotomodellen. Hij stuurt me foto’s van die chicks en Whatsapp slaat ze automatisch op. Ah, wacht, hier is-ie. Kijk ’m dan. Hij leeft het leven hoor. Twee tanden, geen zorgen. Lachen naar de vrouwtjes. Hij heeft van die grote ogen waarmee hij iedereen aanstaart. Met Yellow Claw zit ik een beetje cool te doen - dit, man, vader zijn, is het echte cool.’ 

Taihuttu heeft van zijn vader een zekere eigenwijsheid meegekregen: ‘Mijn vader leerde mij al op twaalfjarige leeftijd dat ik wel respect moest hebben voor mensen, maar geen ontzag. Dat als mijn economieleraar écht verstand had van economie, hij niet voor de klas zou staan. Ik heb dat altijd onthouden. Het systeem is er niet om te breken, wel om te buigen. Ik word getriggerd door mensen die zeggen “kan niet”. Dat moet je niet tegen mij zeggen. De mensen die dat zeggen, hebben een zekere uitgeblustheid.' Gaat Taihuttu Wolf ook zo'n mentaliteit aanleren? 'Absoluut.’

Mijn vader leerde mij dat ik wel respect moest hebben voor mensen, maar geen ontzag

Taihuttu neemt tegenwoordig iets meer rust. Afgelopen jaar was een gekkenhuis, met de film, met Yellow Claw. ‘Ik kon de trein niet stoppen.’ Nu heeft hij een papa-dag: op maandagen is hij thuis en neemt hij de telefoon niet op. ‘Ik ben een huismus. Mijn huis is een oase van rust. Het is opgeruimd, de tv staat uit.’


Alles gaat goed. De buzz over Wolf is groot. De Nederlandse pers spreekt van de meest veelbelovende Nederlandse film van dit jaar. Het internationaal filmfestival in San Sebastian gaat Wolf vertonen en nomineerde Taihuttu voor ‘beste nieuwe regisseur’.

En dan wordt hij weer argwanend. ‘Ik realiseer me dat alles zó weer voorbij kan zijn. Nou ja, dan maak ik wel weer een andere film. Of niet. Misschien moet ik over drie jaar ineens een baan zoeken omdat Yellow Claw niet meer geboekt wordt. Je moet er rekening mee houden. Omgaan met succes is moeilijk, zeggen sommigen. Omgaan met succes dat er ooit was maar dan niet meer is, is veel moeilijker. Ik kom veel artiesten tegen die vijf jaar geleden echt groot waren en er nu niet mee om kunnen gaan dat hun plaat niet is opgepikt. Dan gaan ze serieus zeggen dat ze “dit jaar even niet op Lowlands willen staan”. Of dat ze het “bewust rustiger aan willen doen”. Shiiit. Laatst kwam ik een rapper tegen die precies dat tegen me zei. En daarna gaf-ie af op mijn muziek. Prima hoor, ik zag hoe klote hij zich voelde, maar ondertussen dacht ik: ik mag nooit zo’n gast worden. Als je mij over vijf jaar bij de Febo ziet, bak ik die friet met trots. En dan is het niet mis gegaan hè? Dan heb ik een risico genomen met een film, of met muziek waar de wereld nog niet klaar voor bleek. Ik zal dan geen spijt hebben. Niet teleurgesteld zijn. Ik zal mij niet achter de kroketten hoeven te verschuilen als ik iemand zie die ik ken. Ik zal vragen hoe het met hem gaat. En als het goed gaat, shiiit, dan krijgt-ie een gratis kroketje.’

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer grote interviews