5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

Jean Nelissen: wat ik heb geleerd

tekst: Rens Lieman, Esquire

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

mei 2010

tekst

Rens Lieman

leestijd

4 minuten

Levenslessen van voormalig sportjournalist Jean Nelissen. (Esquire, mei 2010)

'Eenmaal binnen, ben ik niet meer weg te krijgen.

Naïeve schrijvers doen veel domme dingen. Zoals een kasteel kopen. Ik heb er elf jaar gewoond, en er geen dag plezier van gehad.

Bij het kasteel hoorde ook een champignonkwekerij. Binnen kropen altijd een oude man en vrouw in het halve duister over de grond. Als ik kwam om de huur op te halen, kreeg ik een mandje champignons mee. Eenmaal weer buiten, gaf ik het mandje aan de eerste voorbijganger die ik tegenkwam. Ik hield helemaal niet van champignons.

Vroeger woonde ik in een arbeidershuisje. Mijn lieve moeder baadde mij in zo’n tinnen badkuipje in de keuken. In dat kasteel had ik vijf romeinse badkamers. Waanzin. Bid dat het je nooit overkomt.

Dopinggebruikers zijn domme idioten. In mijn tijd als renner is het nooit in mijn hoofd opgekomen. Mijn moedertje maakte altijd een bidon thee met suiker erin.

Het echte wielrennen paste niet bij mij. Ik zat eens in een kopgroep van drie toen mijn ploegleider – verdomme – naast mij kwam rijden: “Je moet terugzakken want de kopman is weggereden.” Ik riep: “Hier kom ik nooit meer!”

Ik heb – en dat klinkt ijdel – het unieke vermogen dat mij nooit een deur werd geweigerd.

Ik kwam op plaatsen waar niemand mocht komen. Dat komt door de omsingelingstactiek, door mij ontwikkeld. Ik wilde de persschuwe Bernard Hinault interviewen. Ik sprak met zijn vader, zijn moeder en iedereen om hem heen. Tegen elk van hen, zei ik: “Zeg tegen Bernard dat ik eraan kom.” Uiteindelijk kwam ik aanrijden, in dat gehucht Quessoy. Hij stond z’n tuintje te wieden. “Ik had je al verwacht,” zei hij. “Kom binnen.”

Ik ben ooit nog misdienaar geweest, maar dat deed ik alleen voor de wijn van de pastoor.

Ik was 21 jaar toen ik bij de Chinees mijn eerste pilsje dronk. Voor de rest had ik op vruchtensap geleefd. Later heb ik dat ingehaald.

Ik raad niemand af om te drinken. Mensen die dat wel doen, zijn imbecielen die niets van het leven begrijpen. Zonder jenever kan ik niet genieten van het leven. Het is mijn medicijn.

Door de militaire dienst ben ik begonnen met schrijven. Ik was hoofd van het bureau personeelszaken van het 42ste bastion infanterie in Zuidlaren. Tot mijn taak behoorde ook het schrijven van de bastionorders voor in de bastionkrant.

Op de hotelkamer van Mohammed Ali was zijn geliefde Veronica Porsche – een prachtwijf, had-ie afgepakt van George Foreman – op de bank in slaap gevallen. Ik durfde er niet naar te kijken want haar rokje was enigszins opgeschoven. Ik dacht, dadelijk slaat die Ali mij nog de gang op.

Ik raad niemand af om te drinken. Mensen die dat wel doen, zijn imbecielen die niets van het leven begrijpen

Mijn ouders leerden mij mens te zijn. Je kunt geen goede journalist zijn, zonder ook ’n goed mens te zijn.

Ik reed in mijn Volkswagentje langs de stervende Tom Simpson. Hij lag met zijn hoofd op een wit rotsblok. Ik kon niets doen. Vreselijk. Een week later ben ik naar zijn huis gegaan. Daar zat zijn weduwe, Ellen Simpson, met die twee bloedjes van dochters van drie en vier jaar. “Papa komt voorlopig niet thuis, hij is op een lange reis,” zeiden ze tegen mij. Ellen haalde de trui die Simpson had gedragen uit de kast, met het gesmolten pek van de Mont Ventoux er nog op. Ze legde hem zo op tafel. Tamelijk indrukwekkend.

Ik zou zó weer televisiecommentaar kunnen geven. Zet morgenochtend een microfoon open en ik praat tot vijf uur ’s middags. Zonder aantekeningen. Kom nou toch. Dat is het vak. Dat heb je of dat heb je niet.

Martje. Aah, Martje. Er is geen betere. Ik heb hem opgeleid.

Bij een goed interview hoorde vroeger een goede fles wijn of whisky. Het heeft allemaal een duikvlucht genomen de diepte in. De mensen weten niet te leven.

Wielrenfans zijn fantastisch. Als je een dodenherdenking of koninginnedag wilt organiseren zonder incidenten, moet je er wielrenners omheen laten fietsen.

Ik heb van mijn eigen leven geleerd, dat de mens nooit volmaakt is

Ik heb nog nooit nagedacht over de dood. Ik denk niet na over nare dingen.

Ik heb veertig jaar de Tour de France gedaan, tweeëntwintig jaar de Ronde van Italië, twintig jaar de Ronde van Spanje en acht miljoen kilometers afgelegd in auto’s op alle continenten. Daarmee wil ik zeggen, dat ik wel eens iemand ontmoet heb.

Of mijn leven leuk genoeg is geweest? Ik heb fouten gemaakt. Fouten in menselijke relaties. Ik heb van mijn eigen leven geleerd, dat de mens nooit volmaakt is.

Ik heb mijn leven geleefd op fingerspitzengefühl.'


Jean Nelissen (Geleen, 2 juni 1937 - Maastricht, 1 september 2010) schreef 26 boeken, onder meer Het intrigerende wielerleven van Jean Nelissen, uitgegeven door A.W. Bruna. Hij maakte furore als sportjournalist bij de krant De Limburger, maar werd landelijk bekend door zijn verslagen van de Tour de France bij de NOS.

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer grote interviews