5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

Joost Conijn: Doder en levendiger dan ooit

tekst: Rens Lieman, Esquire   |    fotografie: Jasper Faber

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

september 2012

tekst

Rens Lieman

fotografie

Jasper Faber

leestijd

11 minuten

Joost Conijn bouwde zelf een vliegtuigje en vloog ermee naar Afrika. Dit is wat hij ervan leerde. (Esquire, september 2012)

Op een Tsjechisch vliegveld leert avonturier en kunstenaar Joost Conijn (Amsterdam, 1971) vanaf een schoolbord waarom een vliegtuig vliegt. Geen van de theorieboeken die voorhanden waren, waren in het Engels geschreven. De instructeur die met een krijtje luchtstromen tekent, spreekt nauwelijks Engels. Een half uur later stapt Conijn in een eenmotorig vliegtuigje. Omdat zijn examinator op vakantie is, tekent zijn instructeur tien dagen later zijn praktijkexamen af. Joost Conijn kan vliegen. 

‘Zo’n vliegtuig is om allerlei redenen fantastisch. Er zit niets overbodigs aan. Als er een schroefje los zit, kun je dood gaan - de grootste rijkdommen die het leven te bieden heeft, gaan nu eenmaal gepaard met de grootste risico’s. Vliegen spreekt het meest tot de verbeelding. Iedereen zegt dat je een vliegtuig niet zelf kan bouwen. De heersende ideeën over wat wel of niet kan, daar ben ik altijd tegenaan gelopen in mijn leven. Ik had mijn eigen ideeën.'

'Er zijn complete studies om te leren hoe je een vliegtuig moet bouwen. Toch kun je gewoon beginnen. Je begint met een frame van verwarmingsbuizen rondom een kuipstoeltje. Daarna, als je tevreden bent over de vorm, bouw je van staal het frame. En gaandeweg het proces hoor je wel van mensen wat er wel en niet goed aan is.’

Conijn, die na dat eerste examen in Amerika nog zijn ‘grotere’ vlieglicentie haalde, zijn PPL, heeft een paar keer moeten noodlanden in zijn voorbereiding op vliegreis de wereld rond. Een keer op een weiland in Nederland. Hij viel stil, zag blauwe rook uit de motor komen en zette de noodlanding in. Na de landing duwde hij samen met de boer wiens erf hij als landingsbaan had gebruikt vlug het vliegtuigje een beetje uit zicht van de politie. Hij herstelde het defect en steeg binnen een uur weer op vanaf de weg. De andere keer was in Tsjechië, toen het vliegtuig niet hard genoeg klom en er een berg op hem afkwam. Hij dook, ontweek de berg en crashte in een graanveld. Hij mankeerde niets, zijn vliegtuig was total loss

Foto uit 'Piloot van goed en kwaad'

Daarna bouwde Conijn de OK-NUL 43 (als zodanig spreekt de luchtverkeersleiding je aan, het is zijn zogenaamde call sign), waar nu, in zijn grote schuur in Weesp, de ondergaande zon op schijnt. Driehonderd kilo zwaar, aangedreven door een motortje dat op benzine loopt, aluminium vleugels, stalen frame en een houten motorkap. In de cockpit een mapje met papieren, een paar analoge metertjes en een geplastificeerd stukje papier waar het fonetisch alfabet op staat uitgeschreven. 'A = alpha. B = bravo.' Dat oogt wellicht wat knullig, maar volgens Conijn kun je tijdens een noodlanding nog wel eens andere dingen aan je hoofd hebben dan dat ‘O’, 'Oscar' is.

Conijn, slordig afgeknipte rode broek, houthakkersoverhemd, warrig blond haar, laat zijn hand over de aluminium vleugel glijden. ‘Het is zoveel gemakkelijker om van een ding te houden. Het zegt niets terug. En jij kunt er niets verkeerds tegen zeggen.’ 

Als je geen leven meer om je heen ziet, ben je een beetje dood.

In 2010 vloog Conijn met dit vliegtuigje in vier maanden naar Mombasa, Kenia. Met of zonder toestemming landde hij op vliegvelden in België, Frankrijk, Spanje, Marokko, Mauritanië, Mali, Burkina Faso, Niger, Tsjaad, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo, Sudan, Oeganda en Kenia. Onderweg maakte hij vrienden en vijanden, stemde hij zonder het te weten in met een huwelijksvoorstel, sliep hij in kerken, tenten en bij mensen thuis, zat hij in de cel, landde hij in de jungle en voelde hij zich levendiger en doder dan ooit. Dit is wat hij ervan opstak. 


Leven is in verbinding staan met leven. Helemaal alleen ben je een beetje dood.
‘We zijn áltijd verbonden met leven. In deze loods bijvoorbeeld, hoor ik achter mij iemand muziek maken, zie ik een muis wegschieten, er groeit een plant in mijn tuin... Als we in de woestijn zouden zitten, met vierhonderd kilometer zand om ons heen, is dat heel anders. Als je geen leven meer om je heen ziet, ben je een beetje dood. Over de jungle vliegen was spannend omdat je nergens kunt noodlanden, over de Sahara vliegen was doodeng omdat je nergens meer leven om je heen hebt - dat is pas echt een existentiële angst. Ik zag vliegen over de woestijn als een soort grote sprong. In de cockpit bevroor ik haast van angst. Ik hield dan mijn adem lang in, tuurde zo ver mogelijk voor me uit, keek elke seconde naar mijn metertjes; ik raakte in een soort hyperconcentratie. Maar bang zijn, kost energie. Na een uur houd je het niet meer vol om bang te zijn en stop je daar dus mee. Als je na zo’n vlucht landt, voelt het alsof je opnieuw bent geboren.’ 

Een op je af rennende man met een geweer, is ook maar gewoon een op je afrennende man met een geweer. 
‘Elk mens heeft een rol. Hij is gevangenisbewaarder, politieagent of iemand wiens baan het is om te denken dat jij een spion bent en met geweer in de hand op je af rent als je net op een verlaten vliegveld in Oeganda bent geland. Ik was veel te blij om weer een mens te zien na uren zonder leven om mij heen, dus bedacht ik mij simpelweg: dat is ook maar gewoon een man met een geweer. Mensen zijn in de basis overal hetzelfd. Ze doen alleen andere dingen omdat ze andere rollen hebben. Misschien heb je wel geen geld en is je rol om geld van mij proberen te krijgen – dat zou ik misschien ook doen. Aan de andere kant: omdat ze geen vangnet en verzekeringen hebben zoals wij Nederlanders, zijn ze ook eerder geneigd je te helpen als je in de problemen zit. Als je kunt uitzoomen en kunt bedenken dat mensen in de basis niet veel anders zijn dan jij, kom je veel sneller tot oplossingen. Op mijn reis ben ik nooit bang geweest voor mensen.’ 

Foto uit 'Piloot van goed en kwaad'

Bij twijfel, toch doen. Bij twijfel in een vliegtuig: omkeren.
‘Als je ergens over twijfelt, doe het dan toch. In een vliegtuig geldt precies het omgekeerde. Als ik merkte dat er een technisch mankement was, keerde ik om. Als er slecht weer op komst was, keerde ik om. Als ik vermoeid was, steeg ik niet op. Ik merkte dat ik juist respect kreeg van de andere piloten als ik een dergelijke verstandige beslissing maakte. Het alternatief is namelijk noodlanden en misschien wel doodgaan.’

Bang zijn kost energie. Na een uur houd je het niet meer vol om bang te zijn.

Waar je vijanden hebt, is ook altijd een vriend.
‘Er zijn genoeg momenten geweest dat ik echt in de problemen zat. In Noord-Oeganda ben ik in een cel beland omdat ze dachten dat ik een terrorist was. In Zuid-Oeganda mocht ik niet meer opstijgen omdat ze mijn Tsjechische papieren niet erkenden. Maar op de een of andere manier was er altijd iemand die me ging helpen. Je maakt vijanden, maar je maakt ook vrienden. Daar zit een evenwicht in. Mooi hè? Toen ik in de cel belandde was er een advocaat die mij kosteloos hielp, en de Nederlandse ambassade zorgde dat ik een ander matras kreeg (dat iets minder goor was dan het oorspronkelijke). Toen mijn papieren niet erkend werden en mij een ‘overtreding van het Oegandees luchtruim’ ten lasten gelegd werd, heeft de directiesecretaresse haar baas overtuigd dat ik geen miljoen shilling op zak had voor de boete. En als ik ergens een slaapplek nodig had, lukte dat. Ik leerde dat ik dingen op zijn beloop moest laten en geduldig moest zijn. Alles kwam altijd goed. Uiteindelijk.’ 

Er is een wet, de Human-nog-wat, dat als je niet wil vliegen, je niet hoeft te vliegen. 
Ja, dat wist ik ook allemaal niet hoor, maar dat fluisterde een Russische piloot mij in toen ik van de luchtvaartautoriteiten in Zuid-Soedan moest opstijgen en ik niet wilde. Ik vlieg nooit na twaalf uur ’s middags – dan wordt de lucht te turbulent, ’s avonds is hij weer rustig en dik genoeg om je te dragen. Bovendien was ik vermoeid. Als je moe bent, wordt zo’n reis pas echt gevaarlijk. Dan ga je je ergeren aan mensen die je geld afhandig proberen te maken, aan bureaucratisch geneuzel, aan dat het allemaal zo moeilijk gaat. Je belandt in een negatieve spiraal en je gaat foutjes maken tijdens het vliegen, of verkeerde beslissingen nemen wat de dood tot gevolg kan hebben. Dus als ik moe was, steeg ik gewoon niet op – een van de belangrijkste principes waar ik mij aan hield. De andere waren bij twijfel terugkeren en positief blijven, maar dat heeft dan weer erg te maken met uitgerust zijn.’ 

Uit 'Piloot van goed en kwaad'

Landen op een druk vliegveld in Oeganda met slecht weer en drie Boeings om je heen cirkelend is erg spannend. 
'Erg.'

In feite sluit je één lange vriendschap, maar elke dag is dat met een ander. 
‘Een vriendschap die niet belast is met een verleden of verwachtingen schept voor de toekomst is een heel gemakkelijke om te sluiten. Ik heb heel veel vrienden gemaakt onderweg. Nu ik erover nadenk, is het eigenlijk één lange vriendschap geweest die ik elke dag met een ander aanging. Namelijk die van een gast die een slaapplek zoekt en spoedig weer zal vertrekken, met iemand die je daar best een dag of twee aan wil helpen. De ene keer was dat een soldaat op een vliegveld, de andere keer een bisschop of een priester en een derde keer gewoon iemand die je in de stad leert kennen. Je praat met elkaar over van alles, niet gehinderd door reserves zoals: vind ik deze persoon wel interessant genoeg om mee te praten? Dat is niet meer relevant. Ik heb nooit slaapplekken van tevoren geregeld. Ik heb er ook nooit naar hoeven zoeken, het kwam altijd goed.’ 

Bij twijfel, toch doen. Bij twijfel in een vliegtuig: omkeren.

Wees voorzichtig in een discussie over het geloof. Zeker als je die voert met twaalf wantrouwende soldaten in een tent. 
'In de jungle van Nzara, Zuid-Soedan, was er een vliegveldje bestaande uit één landingsbaan. Ik moest er landen om benzine bij te tanken, maar ik had geen autorisatie. De soldaten die op dat vliegveld werken en leven werden door Amerikanen betaald, die zonder mandaat controle willen houden over het vliegveld. Ze willen zo veel mogelijk landingsmogelijkheden in Afrika hebben, vandaar. De soldaten aten het vlees van de koeien die ze daar hielden en leefden in een zelfgemaakte tent zonder elektriciteit. Ik mocht bij ze slapen. Ze leerden me hoe ik met een stuk zeep mijn kleding kon wassen en gaven me te eten. Tegelijkertijd wantrouwden ze me. Het kwam herhaaldelijk voor dat ze tijdens een gesprek opeens mijn foto’s wilden zien of mijn vliegroute. Ze bleven op hun hoede, dus ik ook. Toen mij werd gevraagd of ik ergens in geloofde, vond ik het link worden. Als ik heel hard ga roepen dat ik atheïst ben, kan dat verkeerd vallen en word ik misschien opgesloten. Ik hield mij op de vlakte en zei dat ik niet in een God geloofde. Waarom niet, hoe wist ik dan wat goed en kwaad was? Ik antwoordde dat goed en kwaad geen absolute begrippen zijn en in de praktijk dus niet bestaan. Ik wachtte gespannen af. Een soldaat was het met mij eens. Hij zei: “We zullen je herinneren als de piloot die ons leerde dat goed en kwaad niet bestaan. Als de piloot van goed en kwaad.” Ik heb die nacht heerlijk geslapen.'

Ook zonder autorisatie ga je vliegen.
‘Ik had dan wel een route, een plan, maar op elk vliegveld kon het stranden. Of ik van Zuid-Spanje naar Marokko mocht vliegen was onzeker, of ik van Marokko naar Mauritanië mocht vliegen was onzeker, ga zo maar door. Op vliegveld A moest ik autorisatie bij vliegveld B aanvragen. Dat ging met een handgeschreven briefje per fax, waarin ik mijn type vliegtuig opgaf, mijn naam- en adresgegevens, mijn call sign en mijn reisdoel. Vaak kreeg ik geen reactie. Andere piloten verzekerden mij dat dat niet zo’n probleem was, ik moest gewoon vertrekken. In het begin maakte ik mij daar wel zorgen over, maar ze hadden gelijk. Zelfs vliegtuigmaatschappijen doen het zo.’

Niets gaat zoals je hebt bedacht.
‘Sterker: je kunt ’t vooraf niet eens bedenken.’

Foto: Jasper Faber

Hoe langer je vliegt, hoe meer je je bewust bent van wat fout kan gaan.
‘Je zou denken dat hoe meer je vliegt, hoe minder je je zorgen maakt. Het is andersom. Bij elk onderdeeltje van een vliegtuig dat een defect kan veroorzaken, hoort een verhaal waarbij een piloot is omgekomen. Die verhalen vertellen piloten aan elkaar. Als je weer in de lucht zit, denk je aan die verhalen, en dus aan de dood.’

Vlieg nooit in een wolk.
‘Zonder referentie naar de aarde hang je binnen enkele seconden ondersteboven en spint het vliegtuig ongecontroleerd naar de grond. Een mens heeft een horizon nodig.’

Angst is een heel groot onderdeel van het leven.
'Zo’n reis is een bevrijding van heel veel angsten. Eigenlijk kijkt de mens overal tegenop. Tot een bepaalde grens doe je wat je doet en verder ga je niet. Daar mopper je wel over, maar voor de meesten is de droom die je hebt te ver weg om hem na te jagen. Het onbekende is eng en het meeste in het leven is onbekend. Op zo’n reis wordt die angst uitvergroot. Iedere berg waar je overheen moet is eng. Kom je er toch overheen, dan is dat een overwonnen angst. Ik heb mijzelf van veel angsten bevrijd. Toen ik landde op mijn eindbestemming in Mombasa overviel mij een groot gevoel van voldoening. Niets maakte meer uit. Alles was goed. Dat voel ik nu nog. Je ziet de betrekkelijkheid van tegenvallers. Aan de grond heb ik nog maar weinig angsten.’ 

Joost Conijn schreef een boek over zijn avonturen onderweg. Piloot van goed en kwaad, uitgegeven door De Bezige Bij, is nu te koop. 

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer interviews