5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

De School Verstappen

Hoe Jos Verstappen nooit voor iemand week, en nu alles moet wijken voor zoon Max: de jongste Formule 1-coureur aller tijden.

tekst: Rens Lieman, Esquire   |    fotografie: Max Beerman | Esquire, april 2015

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

april 2015

tekst

Rens Lieman

fotografie

Max Beerman

leestijd

12 minuten

Op de namiddag van 31 januari verzamelt de internationale autosportpers zich in de pitstraat van het circuito velocitat in Jerez, een klein stadje in het zuiden van Spanje. Hier begint officieus het nieuwe Formule 1-seizoen, als de renstallen in vier dagen hun nieuwe auto’s testen zodat die op 15 maart in Australië op orde zijn. Vandaag heeft Scuderia Toro Rosso zijn teampresentatie.

De auto die onthuld wordt is nauwelijks van belang, de auto waarmee straks geracet gaat worden is namelijk een compleet andere. Maar de drivers line-up die nu officieel gepresenteerd wordt, is wel degelijk opzienbarend: Toro Rosso heeft de jongste Formule 1-coureur ooit gecontracteerd, de 17-jarige Max Verstappen. Samen met teamgenoot Carlos Sainz (20) staat hij een paar garagaeboxen verderop te wachten. Max, in overall, helm in de hand, leunt met zijn linkervoet tegen de garagedeur en kijkt recht voor zich uit. De blik is neutraal, ontspannen; vandaag is een dag als alle andere. Als hij door de persdame wordt geroepen loopt het rode tapijt op, de flitslichten in. Op de pitsmuur, tussen de fotografen die boven de rest van het journaille uittorenen, kijkt een andere Verstappen toe. Vader Jos.


Max Verstappen (1997, Hasselt, België) is zestien jaar oud als hij in de zomer van 2014 met zijn vader in een kantoortje in een trailer van Red Bull zit. Het is de vrijdag van het Grand Prix-weekend in Hockenheim, Duitsland. De Limburgers hebben een gesprek met Dr. Helmut Marko, de Oostenrijkse oud-Formule1-coureur die in 19971 samen met Gijs van Lennep de 24 uur van Le Mans won. Nu is hij hoofd driver development voor Red Bull, dat met Red Bull Racing en Scuderia Toro Rosso (het ‘opleidingsteam’) met twee teams in de Formule 1 actief is. De deur van het kantoortje is dicht, contractbesprekingen geschieden in de Formule 1 in het diepste geheim. Er wordt kort gesproken. Als Jos Verstappen met zijn zoon het kantoortje uitloopt, weet hij het zeker: volgend jaar rijdt zijn zoon Formule 1.

Aan de vooravond van Max Verstappens eerste testdag als Formule 1-coureur zit Verstappen met Esquire in dezelfde trailer, die ditmaal in de paddock in Jerez geparkeerd staat. Verstapepn heeft een grote hoofdtelefoon om zijn nek, daarmee kan hij meeluisteren met het radioverkeer tussen engineer en coureur. Max rijdt morgen pas, vandaag rijdt teamgenoot Sainz. Toch wil Verstappen meeluisteren. ‘Ik ben met Max al meer dan tien jaar onderweg om hier te komen. We zijn zo veel samen opgetrokken. Toen we na het gesprek met Marko weer in de auto zaten, heb ik tegen hem gezegd: “Jongen, volgens mij ga jij volgend jaar Formule 1 rijden.” Er kwam een grote glimlach op zijn gezicht. Nee, we hebben elkaar niet omhelsd, of zo. Je moet alert blijven. Je mag niet verslappen. Nu begint het pas.’

Er was meer interesse in the coming man van de autosport, zegt Verstappen. Mercedes is het team dat in het geruchtencircuit wordt genoemd. Marko zegt in een Red Bull-documentaire dat ‘elk team in de top 5 interesse had’. Daarom was er haast. Maar niet bij Verstappen: ‘De autosportwereld is klein. Goede prestaties in lagere raceklassen worden opgemerkt. Toen Max nog in de karting reed liepen er al scouts rond. Ik kende ze allemaal, ik sprak ze allemaal. Dit avontuur had eerder kunnen beginnen, maar ik wilde de route afleggen die volgens mij het beste voor Max was.’


Jos Verstappen (Montfort, 4 maart 1972) is de meest succesvolle Nederlandse Formule 1-coureur ooit. De prestaties die die titel onderschrijven boekt hij in zijn eerste seizoen, 1994/1995. Verstappen is dan 22.

Net als bij zoon Max lonkte de meest prestigieuze autosportklasse van de wereld al vroeg. In 1991, als Verstappen na 8 jaar karten klaar is voor de autosport, begint vader Frans Verstappen te netwerken voor zijn zoon. Hij gaat de boer op in de paddock van het Belgische circuit Spa Francorhcamps, waar zich dan de Formule 1 Grand Prix voltrekt. Frans Verstappen treft daar Huub Rothengatter, dan werkzaam bij Philips, sponsor van het Jordan Formule 1-team.

Foto: Max Beerman

Met Rothengatters hulp rijdt Verstappen een jaar later in het Formule Opel Lotus-team van Frits van Amersfoort, die later ook Max Verstappen zou laten debuteren in de autosport. Verstappen weet dan, zegt hij nu, ‘van toeten noch blazen’. ‘Er was nog geen data, nog geen simulator om in te oefenen. Huub noch mijn vader kon ik om advies vragen, ik moest op mijn eigen racegevoel afgaan. Ik had een goed gevoel met de auto en kon makkelijk de limiet vinden.’ Frits van Amersfoort herinnert zich desgevraagd: ‘Dit was de tijd dat seks nog veilig was en autosport gevaarlijk. De rijder moest het zelf allemaal uitzoeken op het circuit. Al rijdend oplossingen vinden, improviseren. Dat kon Jos erg goed..’

Verstappen wint veel dat jaar, in diverse autosportklasses. Zo veel, dat Rothengatter in de winter van 1993/1994 een plek als testrijder uitonderhandelt met het Benetton Formule 1-team. Michael Schumacher rijdt daar als eerste rijder. Nog voor de seizoensopening wordt Verstappen gepromoveerd tot tweede coureur. Hij moet JJ Lehto vervangen die een nekwervel breekt in een van de testritten in het voorjaar.

In de Benetton B194, aangedreven door een Ford Zetec-R V8 motor, kent Verstappen een bewogen seizoen. Hij crasht in zijn eerste race (door toedoen van Eddie Irvine, moet gezegd), spint van de baan, komt in een vuurzee terecht als er benzine wordt gemorst tijdens een pitsstop en haalt zijn eerste podium ooit, in Hongarije, zijn zevende race. Verstappen haalt nog een podium dat jaar - in België - en sluit een seizoen van tien races af met tien punten.

Zo is Jos. Van zijn vader had hij meegekregen: als je er niet langs kan ga je er maar overheen.

Testen voor een goed, professioneel team lijkt de ideale opstap voor een debutant in de Formule 1, maar met de onverwachte promotie werd Verstappen te vroeg in het diepe gegooid. Een nieuwe kans krijgt Verstappen niet meer. Hij rijdt weliswaar nog voor Simtek, Arrows, Tyrrel-Ford, Stewart, nog eens Arrows en uiteindelijk Minardi (inmiddels opgekocht door Red Bull, nu Scuderia Toro Rosso), maar dat zijn teams die niet of nauwelijks voor de punten meedoen en rijden met matige auto’s en motoren.

In Jerez spreekt Esquire Marc Cornelissen, sinds jaar en dag autosportverslaggever van Het Belang van Limburg. ‘Dat eerste jaar was moeilijk voor Jos. Niet alleen was hij opeens tweede rijder bij een topteam, ook had hij Schumacher als teamgenoot. Die probeerde hij krampachtig te verslaan, waardoor hij veel fouten maakte. Maar zo is Jos. Van zijn vader had hij meegekregen: als je er niet langs kan ga je er maar overheen.’

Cornelissen herinnert zich een coureur die zei wat hij dacht. ‘Uniek. Alleen Jacques Villeneuve deed dat misschien, verder niemand. Jos had het hart op de tong. Hij bevestigde zelfs in in zoveel woorden het gerucht dat Schumacher, tegen de regels in, tractiecontrole op zijn auto had. Hij zei tegen journalisten: “Heel gek, bij Schumacher zit een extra knopje op het stuur.” Haha, op z’n Limburgs, passief-agressief.’


Terug naar Jerez, 1 februari 2015, vijf voor negen in de morgen. In de pitbox staat een ‘half naakte’ (zonder al het bodywork) STR10, de auto waarmee Max Verstappen over een paar minuten het nog koude asfalt op gaat. Rond en onder de auto zijn een dozijn monteurs aan het werk. Ze hebben even daarvoor de nachtploeg afgewisseld - op dagen zoals deze werkt een team de klok rond om een auto op tijd klaar te krijgen zodat de testdag ten volste benut wordt.

Foto: Scuderia Toro Rosso

Max maakt zich achterin de garage klaar. Eerst het brandwerende ‘ondergoed’, dan het pak en tot slot de helm en handschoenen, die hij krijgt aangereikt van zijn personal trainer Jake Aliker. Aliker is eerder dit jaar van het zonnige Airlie Beach in Australië, waar hij als rugbytrainer werkte, verhuisd naar het Belgische Maaseik, de woonplaats van Max en Jos. Het was zijn taak om Max in pakweg anderhalve maand fysiek en mentaal klaar te stomen voor de Formule 1. Nu moet hij hem in die vorm houden.

Volledig bepakt staat Max klaar, maar de auto is nog niet gereed. Verstappen staat verderop in de garage, altijd in de buurt van Max. Hij loopt naar zijn zoon toe. Ze praten en maken handbewegingen die de bochten van het circuit visualiseren.

Om tien over negen gaat de blauwe garagedeur open. Het is bewolkt, grijs, koud. Vlug worden er grote hekken voor de auto getrokken: de sport is spionagegevoelig en de auto is nog altijd naakt. Dan worden de laatste stukken bodywork er opgeschroefd en worden ook de banden op de auto gemonteerd. Max stapt in met een grote zwaai met het rechterbeen en nestelt zich in het voor hem op maat gemaakte racestoeltje. Vier monteurs halen volledig simultaan in een vlugge beweging de bandenwarmers eraf. Een engineer start de auto, de hekken gaan aan de kant en Max rijdt de garage uit.

Foto: Scuderia Toro Rosso


‘Max weet wat hij wil, hij weet wat hij moet doen. Hij wéét het. Hij is voorbereid.’ Verstappen is de garage uitgelopen, de koptelefoon hangt weer om zijn nek. Hij legt uit hoe het komt dat zijn zoon vanmorgen, net als de dag ervoor bij de teampresantie, zo koeltjes lijkt. Het simpele antwoord: dat is hij ook. De School Verstappen is al tien jaar geleden begonnen en vandaag is een dag als alle andere.

Verstappen: ‘Ik heb met Max alle circuits afgereisd, de laatste vijf jaar internationaal. We hadden een grote Mercedes Sprinter, vier karts en onderdelen achterin.’ Ook toen Max bij de fabrieksteams reed, die monteurs in dienst hebben om karts na een race weer te herstellen, nam Verstappen na elke race de karts mee naar zijn eigen werkplaats. Om zeker te weten dat het materiaal ‘tip-top in orde’ was. Verstappen: ‘Ik was zijn motorbouwer, monteur, manager, begeleider, vader. Ik regelde alles. En het mooie is: na zo’n race rij je samen terug naar huis en kun je alles even doorlopen. Ik zie alles omdat ik zelf ook geraced heb, op de terugweg praatten we dan hoe het gegaan was.’

Ik wilde dat hij écht doorhad hoe teleurgesteld ik was. Ik wilde dat het ‘m even pijn deed.

Slechte races van Max waren op een hand te tellen, dus meestal waren die evaluaties op de terugweg niet zo’n probleem. Tot de World Cup in Sarno, gelegen aan de voet van de Vesuvius, Zuid-Italië. Max, dan nog net geen 14 jaar, won alles dat weekend en stevende onbedreigd op de titel af. Toch wilde hij per se vroeg in de race een voorganger inhalen, die hij een paar rondes later veel makkelijker zou kunnen inhalen. Hij schoot eraf. Max Verstappen, nu tegen Esquire: ‘Toen ik terug in de pitsstraat kwam, was m’n vader verdwenen. Maar ja, we moesten wel die kart nog ophalen en in de auto krijgen. Toen ik m'n vader weer vond, zei hij: “Dat zoek je zelf maar uit.” Hij was echt heel boos. Ik heb maar iemand anders gevraagd mij te helpen die kart van de baan te krijgen. De hele terugreis hebben we niet gesproken. Sterker nog: hij heeft een week niet tegen me gesproken.’

Jos Verstappen: ‘Ik wilde het hem laten voelen. Ik wilde dat hij écht doorhad hoe teleurgesteld ik was. Ik wilde dat het ‘m even pijn deed.’


Ja, Verstappen is de eerste om toe te geven dat hij precies dit type fouten (te gretig, te aggressief) ook heeft gemaakt. ‘Maar betekent dat dat mijn zoon die ook moet maken?’

Een populaire opvatting is dat in Max het beste van zijn vader en van zijn moeder (Sophie Kumpen, succesvol oud-kartcoureur) verenigd zit. In de woorden van autosportfotograaf Ronald Fleurbaaij: ‘Max rijdt met het verstand van zijn moeder en de ballen van z’n vader.’ Verstappen vindt dat onzin: ‘Ik denk dat hij het raceverstand echt wel van mij heeft. Maar we hebben het bij Max verfijnd. Hij gebruikt zijn verstand beter.’

Max heeft meer talenten die Verstappen aan zichzelf doen herinneren. Xevi Pujolar, Max’ engineer die al veertien jaar in de Formule 1 actief is, is ‘erg onder de indruk’ van Max’ race-intelligentie. ‘We spreken dezelfde taal. Hij kan op de baan de verschillende invloeden uit elkaar houden: de banden, de temperatuur van het asfalt, de motor. Zo kan hij mij perfecte feedback geven. Dat is bijzonder, met zijn ervaring.’ 

Max rijdt met het verstand van zijn moeder en de ballen van z’n vader

Verstappen: ‘Dat heb ik hem geleerd. Ik weet hoe belangrijk het is om een engineer goede feedback over de auto te geven. Hoe de balans is van de auto, de drivability.’

Pujolar vervolgt: ‘Max heeft een reservebrein. Hij racet, maar ziet álles. Hij houdt iedereen in de gaten. Hoe iemand een bocht neemt, hoe bij een ander de rechterachterband snel slijt; dat soort zaken. Dat kan hij mij direct, en ook nog eens heel rustig, op de radio vertellen. Dat maakt een coureur. Alonso heeft dat ook. Anderen zijn alleen maar snel.’

Verstappen: ‘Dat heb ik tegen Max gezegd: kalm blijven op de radio. Rust uitstralen.’

En later, als Max in een groepsinterview met journalisten terugblikt op de eerste testdag en zijn rijkunsten in de regen ter sprake komen: ‘Mij ligt de regen wel,’ zegt Max.

Verstappen, die achter het rijtje fotografen staat, buigt naar voren: ‘Heeft-ie van mij.’

Foto: Max Beerman


De volgende dag komt Max Verstappen niet in actie, maar moet hij wel de hele dag op het circuit zijn. Leren van zijn teamgenoot. Dag 1 als Formule 1-coureur is prima verlopen. Geen spanning op het gezicht te bespeuren, geen spin van de baan, geen grindkorrels op de banden. Het leven op een Formule 1-circuit was…‘gewoon’. Op het saaie af misschien zelfs, als er niet geraced wordt. Werk je tien jaar lang om in de Formule 1 te geraken, ervaar je het als gewoon. Is dat niet jammer, Max? ‘Nee, het is relaxt. Door alles wat ik van mijn vader heb geleerd weet ik hoe het werkt. Ik weet wat er gebeurt en wat er komen gaat. Daardoor kan ik me concentreren op andere dingen. Harder gaan.’

Het is woensdag, de laatste dag van de testvierdaagse. Max mag weer rijden. Hij rijdt bijna honderd rondes dit keer en klokt de vierde tijd van de acht, al zeggen tijden weinig op zo’n dag. Ook deze dag is voorspoedig verlopen. Om zeven uur 's avonds neemt hij plaats in de trailer voor eem debriefing. Daarna zitten zijn verplichtingen erop.

Hij vertrekt met vader Jos weer richting het hotel, dat pal naast het circuit ligt. Ze delen een kamer. Daar wordt geëvalueerd, al willen de beide Verstappens dat niet zo noemen. Het is praten. Over hoe het ging op de baan, ja. En over autosport in het algemeen. En als er dan nog tijd is, over hoe het thuis gaat. Als beginnend Formule 1-coureur is er nu eenmaal weinig tijd voor andere zaken.

Verstappen: ‘Dat hoort erbij. Hij wordt volwassen en dit is grote mannenwerk. Ja, hij zal dit jaar wat minder privétijd hebben en veel onderweg zijn, maar de wereld rondreizen is ook niet vervelend.’ Dat geloven we. Maar dan is hij wel met zijn vader, niet met zijn vrienden, toch? ‘Ik ben een halve vriend.’

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer reportages