5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

De kluizenaarseconomie

Als alles met een druk op de knop opvraagbaar is, komen we dan nog wel onder de mensen? Esquire's Rens Lieman maakt zich er druk om.

tekst: Rens Lieman, Esquire   |    fotografie: Uber | Esquire, december 2016

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

december 2016

tekst

Rens Lieman

fotografie

Uber

leestijd

4 minuten

Het waren geen diepgaande gesprekken, maar naarmate ik mijn Pakistaanse slager annex groenteman eens vroeg naar hoe hij dan zijn lamsrack bereidt, en hij mij eens vroeg waarom ik vijftien limoenen en zes bosjes munt nodig had (bedrijfsborrel), was er toch sprake van een zekere band tussen ons. ‘Ha buurman.’ ‘Ha buurman. Deze graag. Geen tasje hoor. Hoe is het?’

Noem het randstedelijke aanstellerij dat ik de omgang met deze lokale winkelier koesterde, maar voor mij, millenial, inwoner van Amsterdam en volop consumerend in de zogenaamde on demand-economie, was dat schaars. (Ik spreek in verleden tijd omdat de groenteman klanten verloor aan de nieuwe Albert Heijn en recentelijk plaats maakte voor een hippige koffiezaak.)

In de on demand-economie brengt een tussenhandelaar vraag (ik zoek een taxi) en aanbod (ik ben een taxichauffeur) bij elkaar in een gelikte smartphone-app. Op afroep kan de klant via zo'n app van alles bestellen. Uber was de eerste grote speler in die nieuwe economie. Het fasciliteert taxi-vervoer op zo’n manier dat we geen centrale meer hoeven te bellen en nooit lang hoeven te wachten. Wachten en bellen; de twee dingen die de millenial het meest vreest. Uber werd dan ook een succes, het bedrijf is nu een kleine zestig miljard euro waard.

Dat inspireerde talloze andere startups. Het zogenaamde ‘Uber voor X’-model werd - en wordt nog altijd - massaal gekopieerd. Wie in de grote steden in de Verenigde Staten woont, kan al via een app de was laten doen, het huis laten schoonmaken, boodschappen laten bezorgen, de hond laten uitlaten, de auto laten parkeren, cash laten bezorgen (eeh?), cocktails bestellen, een huisarts langs laten komen...de lijst is lang. Een uberachtige constructie voor zo’n beetje alles dat je nodig hebt, wanneer je het nodig hebt.

Een handvol van die services werd dit jaar ook in Nederland geïntroduceerd: Gyld voor thuiskappers op aanvraag, Foodora, Uber Eats en Deliveroo voor het bezorgen van restaurantmaaltijden.


Voor de consument, vergroeid met zijn telefoon en vertrouwd met online betalingen, is de on demand-economie een zegen. Bezorgkosten zijn vaak laag, het gemak hoog. En ja, je bent druk. Nieuwe spelers schudden bovendien de bestaande soms wakker: Amsterdamse TCA-taxi’s zijn nu ook met een app opvraagbaar. Maar wie uitzoomt, ziet grote nadelen, een Black Mirror-aflevering in wording.

Amerikaans journalist Peter Moskowitz, auteur van een boek over gentrificatie, How to Kill a City, betoogt in een artikel voor opinietijdschrift New Republic dat de ‘app-economie’ gentrificatie versnelt. Hij legt uit waarom dat een probleem is. ‘Vroeger had het lokale een zekere waarde (…): kruidenierswinkels, de groenteboer, wasserettes; traditioneel gezien de steunpilaren van een buurt en haar bewoners. Nu zijn er apps, ontstaan om die lokale handel te ontwrichten en elke behoefte van de consument snel te bevredigen. Daarmee is de noodzaak voor dat soort winkeltjes verdwenen. In het pand waar de bakker zat, zit nu een high-end boetiekwinkeltje of een kunstgalerie. Dat is leuk voor toeristen, maar voor iemand als ik, een middenklasser met een lunchbudget van onder de 10 dollar, iemand die een goedkope wasserette nodig heeft, wordt de buurt moeilijker om in te leven. (…) De buurt waarin ik opgroeide gentrificeerde al lang voordat er apps waren, maar technologie is mogelijk de doodssteek.’

Er zijn meer zorgen. Koeriers en andere freelancers waar de Uber voor X-diensten een beroep op doen, komen er meestal bekaaid vanaf. Geen gegarandeerde inkomsten, minimumloon (of nog minder, in de VS), geen doorbetaling bij ziekte; voor studenten die dit als bijbaantje doen is dat niet erg, voor zij die er van afhankelijk zijn omdat vaste banen scmhaarser worden, wel. Restaurauters kunnen meer klanten bedienen, maar alleen als ze hoge commissies voor lief nemen (30% bij Foodora, 20-25% bij Deliveroo). Omdat die klanten geen wijntje in het restaurant drinken, is hun eigen winstmarge aanzienlijk kleiner.


Met het risico hier als een CDA-lijsttrekker te klinken, is het grootste probleem misschien wel dat menselijk contact naar de achtergrond verdrijft, ten faveure van gemak en anonimiteit. Met het Amerikaanse Handy kun je bij het inhuren van een schoonmaker of klusjesman instructies achterlaten waar de sleutel ligt - je hoeft hem of haar niet eens te ontmoeten. De bezorger van je eten nog net wel, maar alleen de paar seconde die het kost om het eten aan te nemen. Dat maakt je minder bewust van dat er daadwerkelijk een mens door de regen is gefietst - zo snel mogelijk, anders gaat z’n rating omlaag en krijgt hij minder nieuwe klussen - om jou je kimchi bowl te bezorgen. 

Daar word je waarschijnlijk zelf ook ongelukkiger van. Wie binnen blijft, mist wat sociologen en stadsplanners ‘the third place’ noemen: een derde omgeving, naast die van je thuis en je werk. De winkel, het café, de kapperszaak, bijvoorbeeld. Daar met andere mensen in aanraking komen, liefst door even met hen te praten, draagt bij aan je maatschappelijke betrokkenheid en aan je sense of place (in deze context: het gevoel dat je in een buurt woont, met andere mensen), zo luidt de theorie. En dat een mens gebaat is bij sociaal contact behoeft geen theoretische onderbouwing. Bedenk je alleen al waarom je liever bier in de kroeg drinkt dan thuis. 

Nu ben ik de laatste om een praatje met de kapper aan te moedigen. (Hoewel het gesprek met mijn van oorsprong Oekraïense kapper best interessant was. Het ging over mijn vriendin, en daarna over waarom hij iedereen een meisje on the side zou aanraden, hij kende nog wel iemand.) Noch hoef je van mij elke dag te koken, of altijd uit eten te gaan. Maar áls je eten bestelt, bel eens het restaurant. Als ze niet bezorgen: ga er heen, de buitenlucht zal je goed doen. Bestel een Uber, fine, maar huur een schoonmaker in die je kent, via-via, waar je vaste afspraken mee maakt, thee voor zet. En in hemelsnaam, laat je eigen hond uit.

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer essays