5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

Big Louis

De voetbaljaren van Louis van Gaal, een trage, lange slungel die het allemaal beter wist.

tekst: Rens Lieman, Esquire | Esquire, juni 2014

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

juni 2014

tekst

Rens Lieman

leestijd

13 minuten

Oud-coach Barry Hughes had een goede Louis van Gaal-imitatie in huis. In de kleedkamer van Sparta wilde hij dat showtje nog wel eens opvoeren. De motoriek (kaarsrecht, borst vooruit, flinke stappen), het gelaat (ernstig), de toon (verongelijkt, betweterig); Van Gaal leent zich goed voor imitatie. Big Louis, noemde Hughes hem, wat vast niet alleen sloeg op Van Gaals lange, slungelige lichaam, maar ook op zijn grootheidswaanzin: Van Gaal heeft zich altijd groter gevoeld dan zijn huidige rol in een team. Hughes en Van Gaal lagen nog al eens overhoop met elkaar. Sparta-aanvoerder Pim Doesburg en Van Gaal ook. AZ-aanvaller David Loggie en Van Gaal ook. Louis van Gaal wist wat hij wilde en schroomde niet dat luidkeels te verkondigen, wie er ook tegenover hem stond. Esquire zocht oud-teamgenoten en -coaches op en reconstrueerde de vormende jaren van onze huidige bondscoach.


Aloysius Paulus Maria (Louis) van Gaal wordt op 8 augustus 1951 geboren in de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer. Hij groeit samen met zijn negen broers en zussen op in een grote benedenwoning in het Galileïplantsoen. Vader Van Gaal, die als Louis elf is al zou komen te overlijden wegens hartproblemen, is vertegenwoordiger van een oliemaatschappij en verdient goed. De familie heeft een dienstmeisje die bij hen inwoont en er staat een auto op de oprit, een bordeauxrode Borgward Isabella. Op een paar honderd meter ligt het Linnaeushof, waar Van Gaal naar de kleuterschool en de lagere school gaat. De rooms-katholieke Martelaren van Gorcum-kerk torent er hoog bovenuit, de Van Gaals zijn trouwe kerkgangers.

Als we terug naar huis liepen, analyseerde Louis de wedstrijd en de spelers. “Je wil te veel met je hoofd Eric."

Esquire spreekt buurtgenoot en jeugdvriend Eric Cocx, tegenwoordig wonend in Warnseveld, een klein plaatsje in de gemeente Zutphen. In de boekenkast boeken over De Meer, waar hij en Van Gaal samen in het eerste kwamen te spelen, in de tuin een witgeverfd ‘Amsterdammertje’ met drie rode Andreaskruiskruizen. ‘De Watergraafsmeer voelde als een dorp, iedereen kende elkaar. Louis leerde ik kennen op de kleuterschool, we werden vrienden en voetbalden na school altijd met andere kinderen - Johan en Henny Cruijff, Brammetje Braam, Harry Vermeegen. Eerst met een tennisbal, later met mijn Hema-voetbal en uiteindelijk met Louis’ stadionbal, een vijfje, van plastic maar net zo zwaar als een echte, lederen bal. Die had hij gekocht van zijn krantenwijk.’

Cocx en Van Gaal voetballen voor de ingang van een andere school aan de Linnaeusparkweg, waar dan nog nauwelijks auto’s rijden. Het ‘veld’ van klinkerstenen beslaat een meter of twintig, met aan weerszijden een lantaarnpaal: van onderaf tot aan de gele letters die er door de gemeente op waren geverfd, was dat het doel. Cocx: ‘Het kwam dus neer op wat we nu kennen als tikkie-takkievoetbal: op één been staan, met de ander vlug kaatsen totdat iemand vrij staat bij de paal. Dan een wippertje omhoog en een kopbal naar de paal. Louis was een heel rank mannetje, niet zo breed in de schouders maar met een ontzettend groot hoofd waar hij geweldig mee kon koppen. Louis kon niet lopen, wel heel goed kijken. Hij was altijd bezig met kijken. Waar ik alleen maar met mijzelf bezig was, zag hij het geheel. Als we terug naar huis liepen, analyseerde hij de wedstrijd en de spelers. “Je wil te veel met je hoofd Eric, doe liever iets aan je linkerbeen en gebruik die wat vaker.”’


Op een kleine twee kilometer van Van Gaals huis liggen vier voetbalvelden van de rooms-katholieke sportvereniging De Meer. Als Ajax in het oude stadion De Meer scoort, hoor je dat op de amateurvelden. Van Gaals zussen turnen op De Meer, zijn broers voetballen er. Van Gaal voegt zich bij de club op zijn achtste, en stroomt snel door van de welpen naar de B. Broer Gérard en Cocx spelen dan al bij het eerste en worden kampioen. Een seizoen later, 1969/1970, komt ook Van Gaal bij het eerste onder coach Rob Nieuwenhuis. Hij is dan zeventien, en heeft nog altijd een ‘melkmuiltje’ en kort, in een nette scheiding gekamd haar. Als jongste bediende belandt hij in de spits, met naast hem de eveneens jonge buitenspelers Cocx (rechts) en Theo van der Heiden (links). Het systeem is simpel en werkt goed: de buitenspelers passeren hun tegenstander op snelheid en geven voor op Van Gaal, die dikwijls koppend afrondt. De Meer wordt andermaal kampioen. In de kampioenswedstrijd tegen RKDES geeft Van Gaal de gekregen bloemen aan Fernanda, een meisje dat met wat vriendinnen langs de kant stond te kijken, het meisje dat later zijn (eerste) vrouw wordt.

De eerste strubbelingen met coaches hebben zich dan al voorgedaan. Coach Nieuwenhuis, inmiddels overleden, heeft Van Gaal na twee trainingen al van het veld gestuurd. In het boek van Meindert van der Kaaij, Louis van Gaal, een voetbalbiografie, zei hij daarover ‘Wat ik niet pikte, was dat hij achter mijn rug om zijn teamgenoten instrueerde en op zijn hand probeerde te krijgen. Dat kon ik natuurlijk niet accepteren, dat was toevallig mijn taak.’ Van Gaal was toen achttien.

Arie Blekkenhorst volgt Nieuwenhuis op en met hem heeft Van Gaal geen problemen. Belangrijker: Blekkenhorst heeft contacten bij Ajax, en na nog een seizoen bij De Meer krijgt Van Gaal daar een contract. Van Gaal is zodoende goed op weg zijn droom te verwezenlijken. Het enige probleem: op ‘zijn’ positie heeft hij concurrentie van een jonge voetballer die al heel snel, heel veel faam maakte: ‘Jopie’ Cruijff.

Wat ik niet pikte, was dat hij achter mijn rug om zijn teamgenoten instrueerde.

Johnny Rep (1951), 62 jaar oud als Esquire hem treft in zijn stamcafé De Krokodil in Krommenie, heeft met Van Gaal getraind en gespeeld in het tweede van Ajax. Zijn eerste indruk? ‘Ik vond hem een slome. Hij had een lange nek, bepaald geen sierlijk lichaam. Hij kon best aardig voetballen, maar was ontzettend traag. Hij kwam gewoon tekort voor Ajax. Of hij dat zelf ook vond? Ik denk het niet, haha!’ Van Gaal zelf, in zijn officiële biografie: ‘Ik was toen al heel realistisch. Mijn kwaliteiten waren niet genoeg voor de top.’

Louis van Gaal (mét naamkettingkje) in het tenue van de Royal Antwerp Football Club


In een oefenwedstrijd van Ajax tegen Anderlecht mag Van Gaal wel spelen, en het is dat optreden dat hem een aanbod van de Royal Antwerp Football Club oplevert. Hij kan er als full prof (volledig betaald) aan de slag. Van Gaal heeft geen zin meer op een eventueel vertrek van Cruijff naar Barcelona te wachten, en verhuist naar een flatje in Deurne, een voorstadje van Antwerpen. Dat de Cruijff-transfer twee maanden later rond komt, is zuur.

Van Gaal is de vierde buitenlander in de selectie van coach Guy Thys, die er van de Belgische voetbalbond maar drie mag opstellen. En omdat Thijs speelt op de snelle counter, blijft de trage Van Gaal de vier jaar dat hij in Antwerpen zou blijven, slechts wisselspeler. Zijn arrogante houding brengt hem ook al niet dichterbij een basisplaats, zou Thys later toegeven.

In Van der Kaaijs boek memoreert teamgenoot Roger van Gool: ‘In het begin van het seizoen was Lund [Fleming, Van Gaals Zweedse teamgenoot en concurrent voor een basisplaats] geblesseerd en voor vier weken uitgeschakeld. Van Gaal speelde die vier weken uitmuntend. Na afloop van de vierde wedstrijd stonden we wat te drinken. Thijs kwam dan altijd even bij alle tafeltjes staan om te kouten [Vlaams voor een praatje maken] met een whsiky en sigaartje in zijn hand. Bij ons tafeltje aangekomen zei Louis voor de grap, maar toch ook wel tartend: “Nou trainer, als ik nu volgende week nog niet in de basis sta, dan begin ik te denken dat mijn vrouw nog meer verstand van voetbal heeft dan u. [...] De volgende week zat Louis weer op de bank. Vanaf dat moment weet ik dat je in de voetballerij alleen maar een grote mond kan hebben wanneer je zelf de baas bent.’

Van Gaal zou die les niet leren, of kiest ervoor zich er niets van aan te trekken.


Samen met zijn vrouw Fernanda keert Van Gaal in 1977 terug naar Nederland. Hij heeft een baan gevonden als gymnastiekdocent op de LTS Don Bosco en betrekt een woning in het Noord-Hollandse dorpje Avenhorn. Onder de Roemeense coach Mircea Petescu voetbalt hij nog een seizoen als huurling bij Telstar, om daarna samen met Petescu naar Sparta te vertrekken, dat horderdzestigduizend gulden voor Van Gaal aan Antwerp FC had betaald.

 Seizoen '82/'83, Sparta: Van Gaal instrueert een jonge Danny Blind.

Bij Sparta is een duidelijke hiërarchie in de spelersgroep, met boven in de piramide doelman en clubicoon Pim Doesburg. Als Van Gaal zich bij de selectie voegt, begint Doesburg aan zijn dertiende jaar als Sparta-keeper. Vlak daarvoor had Doesburg nog op doel gestaan in het Nederlands elftal, dat in Argentinië op het WK van het gastland in de finale verloren had. Van Gaal kwam bij Sparta centraal op het middenveld te staan. ‘Ik had al vlug door dat Petescu en Louis goede vrienden waren. Ik was aanvoerder, maar het was Louis waarmee Petescu tijdens trainingen of voor wedstrijden de tactiek besprak. Ik weet niet waarom, dat gebeurde gewoon zo.’

Op het veld hadden Doesburg en Van Gaal tegengestelde spelopvattingen, legt de nu zeventigjarige Doesburg uit, als Esquire hem ontmoet in een lunchroom in Berkel en Rodenrijs. ‘Ik had een goede trap in huis, dus wilde vaak met een doeltrap de spitsen aanspelen. Dan was er gelijk dreiging, en hadden we veel man achter de bal. Maar Louis, die centraal op het middenveld speelde bij ons, zocht het in de combinatie. Hij was een fantastische voetballer, maar lopen vond-ie maar niets. Hij liet een aanval liever over vier, vijf schijven gaan, anders kon-ie het niet belopen. Dus kwam hij bij mij de bal opeisen.’

Op zijn intelligentie heeft hij zo lang door kunnen spelen.

Meestal negeert Doesburg de dan 27-jarige Van Gaal, maar zijn macht in de groep slinkt. Doesburg: ‘Dat kwam omdat ik niet in mijn beste vorm verkeerde dat jaar, en zeggenschap in de ploeg is gekoppeld aan je prestaties. Louis speelde altijd hetzelfde: rustig aan de bal, altijd twee zetten vooruit denkend; hij was een zeer intelligente voetballer. Op zijn intelligentie heeft hij zo lang door kunnen spelen. Hij vond dat hij alles beter zag, maar kon dat tegen trainers ook heel goed beargumenteren. Ik kon dat minder goed.’

Hugo Borst, Esquire-columnist en bovenal Sparta-fan, ziet Van Gaal vanaf de tribune. In zijn boek O, Louis schrijft hij: ‘Ik keek gebiologeerd naar Van Gaal. Hij loopt kaarsrecht, alsof hij in een harnas is gehesen. Hij is lelijk. Zijn neus staat scheef. Zelfs van een afstandje is dat duidelijk te zien. [...] Hij brengt rust, is niet van de bal te krijgen en houdt altijd overzicht. Er kleeft één nadeel aan hem: hij is zo snel als een vlieg op een nat zuurtje.’


In 1980 vertrekt Doesburg en vervangt Barry Hughes Petescu. Hughes neemt de Britse aanvaller David Loggie met zich mee. Later dat seizoen spelen ook Dick Advocaat, René van der Gijp en Danny Blind mee in het eerste. Van Gaal blijft zijn werk als gymdocent in Amsterdam combineren met Sparta. Van Gaal rijdt vier keer per week in hoog tempo van Amsterdam naar Spangen om de training van 15.30 te halen, slechts stoppend voor een power nap van tien minuten op een parkeerterrein. Een paar keer gaat het mis en rijdt een in slaap gevallen Van Gaal zijn auto de vangrail in, verder komt hij altijd op tijd.

Esquire spreekt Sparta-spits David Loggie op de golfclub in Julianadorp waar hij tegenwoordig les geeft. Loggie zou Van Gaal later bij AZ nog eens tegenkomen, maar herinnert zich de periode bij Sparta ook goed. ‘Louis was een generaal. Tactisch was hij erg sterk, en dat wilde hij overbrengen aan zijn teamgenoten. Het kwam regelmatig voor dat Barry [Hughes] vanaf de zijlijn het een zei, en Louis op het veld het ander.

Op trainingskamp in Haïti: Van Gaal, Advoaat en Hughes.

Op trainingen was er vaak onenigheid tussen hen. Louis is heel methodisch, didactisch; Barry wilde nog wel eens met etalagepoppen op het trainingsveld verschijnen. Je kon een confrontatie zien aankomen.’ Die confrontatie, die komt er, net voor de wintersport. Loggie: ‘Ik weet niet meer waar het over ging, maar die twee gingen zó tegen elkaar tekeer, dat Barry hem het veld afstudeerde en uit het eerste elftal haalde.’

De cooling down duurt een paar wedstrijden. Bij zijn rentree is Van Gaal ‘tijdelijk iets kalmer’, maar voor een harmonieuze samenwerking blijven de twee te sterk verschillen. Na een matig begin van het seizoen, gaat Sparta, met Advocaat en Blind erbij, wel steeds beter spelen. Begin jaren tachtig is Sparta een solide best of the rest is in de eredivisie, achter de grote drie: Ajax, Feyenoord en PSV.


Van Gaal voelt zich steeds meer thuis in Het Kasteel. Hughes wordt in 1983 vervangen door Bert Jacobs en daarna Theo Vonk, beide coaches waarmee Van Gaal het wél goed kan vinden. Waarom, dat legt Van Gaal zelf het beste uit in zijn biografie: ‘Hughes vond ik een geweldige man, maar hij luisterde niet naar mij.’

Theo Vonk deed dat wel. Vonk (1947), tot voor kort nog actief als coach bij Sportclub Enschede, is inmiddels coach-af. ‘De hele wereld heeft een verkeerd beeld van hem. Louis is een heel sociale man, zeer professioneel in zijn beroepsernst. Ondanks zijn drukke leven, verzaakte hij nóóit op de training en kwam hij altijd op tijd. Een voorbeeld voor de groep.’

Elke zondag haalt Vonk Van Gaal op in Avenhorn, om samen naar Spangen te rijden en onderweg de tactiek en de opstelling te bespreken. Van Gaal is Vonks ‘rechterhand op het veld’, en een veilig aanspeelpunt. ‘Je kon hem altijd in de dekking aanspelen. Hij raakte nooit in paniek en je kreeg hem niet van de bal af.’ Eigenlijk gaat de samenwerking tussen Vonk en Van Gaal nog even door tot in de wedstrijdbespreking, de dag na de wedstrijd. Vonk: ‘Om de groep op scherp te zetten, speelden Louis en ik wel eens een spelletje. We spraken af dat hij fel tegen mij in zou gaan, zodat een discussie op gang kwam.’


Eindelijk heeft Van Gaal de rol, de macht, die hij ambieert. Hij is weliswaar nog geen coach, maar de coach staat tenminste zijn manier van spelen niet meer in de weg. En inmiddels zijn andere goedgebekte, ervaren spelers (Doesburg bijvoorbeeld) van het toneel verdwenen. Van Gaal is de nestor in de groep geworden.

In die hoedanigheid ontfermt hij zich over de jonge spelers. René van der Gijp, bijvoorbeeld, maar die is net even te eigenwijs. De dan 19-jarige Aad Andriessen, een van Sparta’s backs, wil wél graag leren van Van Gaal. ‘Ik heb zoveel met die jongen over voetbal gepraat,’ zegt Andriessen. ‘Louis werd “groter” naarmate er oude spelers vertrokken. Hij was verbaal steeds duidelijker aanwezig. Hij zette het elftal neer op het veld en kon dat ook goed. Als een wedstrijd niet lekker liep, kon hij soms door links en rechts mensen een paar meter te verschuiven het probleem oplossen. En hij nam echt de tijd voor de jongere jongens. In de kleedkamer of soms gewoon nog een tijdje voor het hek van het stadion vertelde hij mij wat ik beter kon doen. Ik luisterde daar graag naar want ik wilde beter worden. Louis was echt een goeie gozer hoor, hij zag het altijd in mij zitten.’


Van Gaal als 'speler/ assistent-trainer' bij AZ in 1986. 

Van Gaal heeft een goede band met Sparta-voorzitter Floor Bouwer opgebouwd. Bouwer krijgt in 1985 te horen dat Van Gaal assistent-trainer wil worden. Als speler is het lijf op, de rek eruit. Maar Bouwer is dan juist van plan Hughes terug te halen. Zowel Hughes als Van Gaal hebben weinig hoop op een constructieve samenwerking. Van Gaal vertrekt daarom naar AZ, waar Hans Eijkenbroek coach is. Daar kan hij niet direct assistent-trainer worden, maar wel ‘speler/assistent-trainer’. Eijkenbroek krijgt echter al gauw te maken met hyperventilatie, waarop Van Gaal de dagelijkse training overneemt, de opstelling maakt en de wedstrijdbesprekingen leidt. Voor de buitenwacht is Eijkenbroek nog coach, in de praktijk heeft Van Gaal, nog altijd ook speler, het stokje overgenomen.

Die dubbelrol zou niet lang duren. De spelersgroep stemt een aantal wedstrijden voor het einde van het seizoen voor zijn vertrek. Loggie benadrukt dat Van Gaal buiten het voetbalstadion een prima mens was, maar op het veld een ander, zeker in zijn nieuwe functie als interim-trainer: ‘Louis ging ineens zijn wil echt doordrukken. In de rust in de kleedkamer zat Eijkenbroek op de bank en nam Louis het woord. Hij stond de lakens uit te delen. Ik wil het zo, en niet anders. Zijn goed recht hoor, als trainer, maar hoe hij het bracht… Bam! Soms letterlijk met de vuist op tafel. Louis was onze medespeler maar daar had hij geen boodschap meer aan.’ Om dat te benadrukken komt Van Gaal op een dag de kleedkamer binnen met de mededeling: ‘Ik ben voor jullie niet meer “Louis”. Ik heet nu “trainer”.’

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer grote interviews