5 min

10 min

15 min

(typ bijvoorbeeld: Typhoon, technologie, 5 minuten, NRC, reportage)

Biechten bij Google

We liegen wat af, behalve in het zoekveld van Google en Pornhub. Daar openbaart zich de ware aard van de mens. En die kan behoorlijk donker zijn.

tekst: Rens Lieman, Esquire   |    fotografie: Kah-Wai Lin via Flickr (cc) | Esquire, december 2017

zoeken

esc om te sluiten    z om te openen

Esquire

december 2017

tekst

Rens Lieman

fotografie

Kah-Wai Lin via Flickr (cc)

leestijd

4 minuten

Iedereen liegt, maar een blinkende cursor in een nog leeg zoekveld op Google is het waarheidsserum.

Aldus concludeert datawetenschapper Seth Stephens-Davidowitz, die als data-analist bij Google werkte. Een boek van zijn hand kwam dit jaar in Amerika uit en dat mag je in tijden van big data gerust een standaardwerk noemen.

In Everybody Lies betoogt (en bewijst) Stephens-Davidowitz dat traditioneel onderzoek nooit onthult wat we écht vinden, denken of gaan stemmen. Omdat we liegen, dus. Tegen onze geliefde en vrienden, tegen Maurice de Hond als hij vraagt wat voor cijfer we ons seksleven geven, en soms zelfs tegen onszelf. Maar tegen Google, in de privacy van ons eigen huis, zonder iemand die aan de andere kant van de interactie kan oordelen, zijn we eerlijk. Google kan helpen, dus is het in ons belang om eerlijk te zijn, net zoals we dat tegen de dokter zijn.


Stephens-Davidowitz heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar diverse onderwerpen door uitkomsten van traditioneel onderzoek te verhouden tot wat de data ons vertelt. Hoe racistisch is Amerika, bijvoorbeeld?

Obama's toespraak had volgens journalisten een kalmerend effect. Stephens-Davidowitz zag iets heel anders

Stephens-Davidowitz keek naar populaire zoekopdrachten rondom Obama’s eerste presidentsverkiezing in 2008. Wat hij onder meer ontdekte, is dat op verkiezingsavond, een avond waarop in de de media vooral over een historische uitslag werd gesproken die misschien wel het einde van wijdverspreid racisme inluidde, de gewone man en vrouw veel googlede op ‘Obama’ + ‘kkk’ of ‘nigger’. In sommige staten werd meer op ‘nigger president’ gezocht dan op ‘first black president’.

Nog zo'n voorbeeld. Toen in 2015 een Islamitisch stel een aanslag pleegde in San Bernardino, Californië, sprak president Obama de natie toe. Hij drukt het volk op het hart om niet, verblind door haat, de moslimgemeenschap te verstoten. In de Amerikaanse media werd zijn toespraak geprezen. Die zou een kalmerend effect hebben gehad. Stephens-Davidowitz ontdekte iets anders: tijdens en na de speech verdubbelde de hoeveelheid zoekopdrachten ‘moslim’ + ‘terroristen’, ‘slecht’, ‘gewelddadig’ en ‘kwaadaardig’. ‘Vermoord moslims’ verdrievoudigde zelfs.

Google-zoekqueries zijn niet de enige data die Stephens-Davidowitz onder de loep neemt. Facebook-likes zijn ook een waardevolle bron, net als kliks op de koppen op nieuwssites. Google-data is echter zijn favoriet. Het geeft de eerlijkste inkijk in onze gedachten, twijfels en drijfveren.

Met zijn aandacht gericht op zoekopdrachten die met seks te maken hebben, ontdekte Stephens-Davidowitz dat Amerikanen - maar vast ook Nederlanders - in een houdgreep zitten van onzekerheid. Mannen googlen meer op hoe ze hun penis kunnen vergroten, dan op instructies om een autoband te verwisselen, omelet te bakken of gitaar te stemmen. De penis is überhaupt het vaakst gegooglede lichaamsdeel onder mannelijke internetgebruikers - het gaat dan voornamelijk over de grootte daarvan. De vrouw vindt grootte echter niet belangrijk, blijkens haar zoekopdrachten: voor elke vrouw die daar iets over googlet, 170 zoekopdrachten van mannen. Ze zien het mannelijke geslachtsorgaan zelfs liever kleiner dan groter: meer dan 40% van de klachten over een partner zijn penis gaat over dat-ie te groot is.

Vrouwen maken zich op hun beurt dan weer zorgen over de grootte van de borsten. Terwijl als mannen iets over de borsten van hun vriendin googlen, hun zoekopdracht meestal is: ‘I love my girlfriend’s boobs’. (‘Het is onduidelijk wat mannen hopen te vinden met zo’n zoekopdracht,’ schrijft Stephens-Davidowitz treffend.)

De ‘enorme onzekerheid’ op het seksuele vlak die hij constateert, is misschien wel de reden de vaakst gegooglede klacht van een vrouw over haar partner luidt: ‘Mijn vriend wil geen seks met mij.’

Je komt een duisternis en haat in mensen tegen die in traditioneel onderzoek verborgen blijft

Nog één seksfeitje dan: om te bepalen of mannen of vrouwen guller onder de lakens zijn, keek Stephens-Davidowitz naar zoekopdrachten die tot technische verbeteringen van orale seks zouden moeten leiden. Welke sekse zich daar het meest in verdiepte laat zich raden. Dat de vrouw guller dan de man is, wordt nog eens onderstreept door dit gegeven: mannen zoeken net zo vaak op manieren om bij zichzelf fellatio toe te passen dan op de kunst van het laten klaarkomen van hun partner.


In Everybody Lies schakelt Stephens-Davidowitz van fun facts zo weer over naar feiten van het pijnlijke, verontrustende soort. Neem de grote groep mensen die googlen op ‘waarom zijn Joden kwaadaardig?’ en ‘waarom zijn zwarte mensen onbeschaafd?’. Of bezoekers van pornosites die er incestueuze voorkeuren op nahouden, getuige hun zoekopdrachten op PornHub.com. Ouders die hun zoon eerder genialiteit toedichten, en hun dochter eerder overgewicht. Of de meer dan 700.000 zoekopdrachten naar het zelf veroorzaken van een abortus, met name gegoogled door inwoners van staten waar abortusklinieken recentelijk waren gesloten. (Neem je de uitkomst van ander onder- zoek daarbij in ogenschouw, dan blijkt dat een significant aantal vrouwen daartoe daadwerkelijk is overgegaan.)

Mensen googlen eerder onbetamelijke gedachten dan betamelijke. En de wens om een bepaald genre pornofilms te kijken hoeft niet gelijk te staan aan een seksuele voorkeur offline. Stephens-Davidowitz plaatst die kanttekeningen in zijn boek. Maar wat bovendrijft in zijn onderzoeken, wat anders onder een dikke laag sociale wenselijkheid verscholen blijft, is erg interessant. En donker.

Stephens-Davidowitz: ‘Je komt een duisternis en haat in mensen tegen die in traditioneel onderzoek verborgen blijft.’ Dat is soms deprimerend, maar het kan ons leven wel degelijk verbeteren: ‘Het kan geruststellend zijn dat je niet als enige onzeker bent en twijfels hebt. Het kan ons attent maken op hoe mensen leiden, en welke mensen dat zijn. En het kan ons helpen problemen op te lossen, door allereerst veel rijke data te verzamelen over die problemen.’

 / 

       rens@renslieman.nl
Rens Lieman is freelance journalist. Zijn werk verschijnt onder meer in NRC Next, Het Parool, Esquire, ELLE en Nieuwe Revu. Lees hier meer verhalen.

meer interviews